zondag 3 september 2017

Bij een goed glas wijn

Hij is bovenmatig intelligent. Het is zijn echtgenote die me dat zegt, terwijl hij even weg is om een glas rooie te tappen. Ze zegt het nadat hij me, enkele glazen eerder, uitgelegd heeft hoe het er hier aan toegaat. Wat merkwaardig is, want ik woon hier en hij niet. Al na het derde glas heeft hij me trouwens ook verteld hoe het er dáár aan toegaat, wat eveneens merkwaardig is, want ik ben daar geweest en hij niet. Hij weet echt veel, zeg ik tegen zijn echtgenote. Waarna het antwoord volgt waarmee ik dit stuk aanvang. Ik neem nog een slok water.
Hij is niet alleen bovenmatig intelligent, hij leidt ook een bovenmatig interessant leven. Hij woont naast een gepensioneerde hoge pief en schuin over een bekende kunstenaar. Hij spreekt met hen alsof het niets is. Nederig buig ik het hoofd.
In zijn garage staat een mislukte tafelpoot van een geslaagde designer, zegt hij ietwat lispelend, maar met zichtbare trots. Er zijn er niet veel die een mislukte tafelpoot in hun garage staan hebben, toch niet van een geslaagde designer. Dat laatste zegt hij niet, daar ga ik van uit terwijl hij zijn glas weer bijvult. Ik besef dat de tableautjes in mijn huis niet tegen die tafelpoot opkunnen.
Met een versgevuld glas komt hij weer binnen. Intussen heb ik haastig een gespreksonderwerp gezocht dat, naar ik hoop, zijn niveau benadert. Verder dan een longread in de weekendkrant kom ik in zo’n korte tijd helaas niet.
Ik vraag of hij het stuk gelezen heeft. Neen, zegt hij, want het gaat over een onderwerp dat erg in de mode is. Ik opper dat het desalniettemin interessant is. Dat spreekt hij heftig tegen, want dat is niet waar.
Hoezo, vraag ik, heb je het dan toch gelezen?
Neen, zegt hij, maar ik heb de foto’s gezien. Zijn glas is leeg en hij gaat het bijvullen. Ik kijk naar zijn echtgenote en weet nu echt niet meer wat te zeggen. Dat doet zij in mijn plaats: hij is echt zeer slim, zegt ze, hij weet zelfs dingen die hij niet weet. Ze lacht niet, ze meent het.
Hij komt terug met een goedgevuld glas en begint me uit te leggen waarom dat ongelezen krantenstuk niet deugt. Nog tijdens zijn inleiding valt het me opeens te binnen dat ik dringend ergens heen moet.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten