vrijdag 27 april 2018

A.L. Snijders plezieren

— In het Franse bergdorpje Vabre ontdek ik A.L. Snijders. —
Ik zit naast de stoof, onder de lamp, drink koffie, lees een boek met zeer korte verhalen van A.L. Snijders en verkneukel me, want hij schrijft dat er niets mooiers bestaat dan lezen onder de lamp. Hij heeft gelijk. 
A.L. Snijders schrijft wel meer waarin ik me verkneukel. Over de dadaïstische schilder Picabia bijvoorbeeld: ‘Picabia gaf journalisten geld als ze hem noemden in hun artikelen, de context deed er niet toe. Daarom verschenen er in Parijse kranten dikwijls verslagen van branden of opstootjes, waarin je lezen kon: Onder de toeschouwers bevond zich de heer Picabia.’
Het is nog waar ook, alhoewel je daar bij Snijders nooit al te zeker mag van zijn: ‘Richard Appleby citeert in zijn boek Voyage and Painting een negentiende-eeuwse Engelse schilder die de Nijl opvoer tot de vierde cataract: “Wat ze zeggen over mijn schilderijen interesseert me niets, of de boot niet omslaat, daar gaat het om”.’  Snijders schreef dat in een krantenstukje. Maar in het boek dat de stukjes bundelt (°), wordt bij elke column ook een ‘brief aan de hoofdredacteur’ gevoegd en daarin deelt Snijders mee dat Richard Appleby niet bestaat, het boek Voyage and Painting evenmin en dat hij het woord cataract gebruikt omdat hij vindt dat het eens in de krant moet staan.
Snijders is een man van mijn hart. Ook ik probeer de werkelijkheid op een scheve manier trouw te blijven. Hij leert me een vers van Richard Minne kennen waarmee ik het alleen maar eens kan zijn: ‘veracht de burgerman, / doch ledig zijne kruiken.’ Hij schrijft over de vierkante meter van zijn bestaan. Hij hanteert een levensfilosofie die nauw bij de mijne aanleunt. Hij is pro ‘nutteloze’ dingen, zoals het reciteren uit Het huwelijk van Willem Elsschot, iets wat ik ook graag doe. Hij idealiseert het heremietleven en zegt alleen maar van mensen te houden als ze in een hol wonen waar ze niet uitkomen.
Het is valavond en ik bevind me in een Frans bergdorpje. De buren eten samen aan een lange tafel die op straat staat. Les copains d’abord. Lampions en vleermuizen. Du pain, du vin, du Boursin. Veel tralala en ook paddenstoelen die daar cèpes heten. Zelf blijf ik in mijn hol zitten en kom er niet uit. Snijders zou van me houden.
Flor Vandekerckhove


(°) A.L. Snijders, Heimelijke vreugde 1, 2007 Uitgeverij Thomas Rap. ISBN 90 6005 7070.
Een reactie posten