donderdag 22 december 2011

Een roker in rook opgegaan

Flor Vandekerckhove, einde XXste eeuw
Het gedoogbeleid was afgeschaft. Winkels hadden hun voorraad moeten afgeven. De douane was erin geslaagd alle import te onderscheppen. De plantages waren vernietigd. De schaarste maakte de prijs haast onbetaalbaar. 
Niemand durfde nog in groep te roken. In de steden grepen razzia’s plaats. De overheid kamde achterbuurten uit op zoek naar de laatste gebruikers, goed herkenbaar aan hun rokershoest, vale huidskleur, gele tanden en armoedige leefomgeving. Vluchtende rokers werden achtervolgd door de gezondheidspolitie; een ongelijke strijd, want wie rookt kan niet rap lopen. 
Zelf gebruikte hij alleen nog op het kerkhof. Daar, achter de strooiweide, stond een bank. Daar draaide hij een saffie. 
Hij ging op in het ritueel, stak de vlam erin en inhaleerde. Ah, die prikkel! Hij voelde hoe het spul zich een weg zocht van zijn longen naar zijn hersenen. Tintelingen in zijn vingertoppen. Het werd hem ijl in het hoofd. De zon stond in het zenit, hij sloot de ogen en genoot.
In zijn borst voelde hij de steek. De sigaret viel uit zijn mond en in zijn shirt.  Zijn borstharen verschroeiden. Om ermee te stoppen was het nu te laat. 
Met het beetje kracht dat hem restte liet hij zich van de bank vallen. Ook zijn jas vatte vuur. Hij sleepte zich naar het midden van de strooiweide waar hij een levende toorts werd. 
Hij brandde helemaal op. Op de strooiweide bleef alleen nog as over en een vage geur die aan de zware shag van de weduwe van Nelle kon doen denken.
Er werd een opsporingsbericht verspreid. Niemand reageerde. De laatste roker was in rook opgegaan.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen