woensdag 7 maart 2012

Het Europese fiscaal pact, een sterk staaltje van klassenstrijd

Het nieuwe Europese begrotingsverdrag, het fiscaal pact, onderstreept eens te meer de merkwaardige politieke keuzes van de Unie. Is het immers niet zo dat historische ervaringen ons aantonen dat een beginnende recessie verergert wanneer er in de overheidsuitgaven gesneden wordt? Laten hedendaagse voorbeelden ons niet hetzelfde zien? Leert Griekenland ons niet dat bezuinigen op staatsuitgaven uiteindelijk het begrotingstekort laat toenemen? Weten de Europese regeringsleiders dat dan niet?
Uiteraard weten ze dat. Maar waarom zouden ze dat dan doen? Het lijkt er wel op dat ze bewust naar een recessie streven. Laat ons weer de methode toepassen die speurders gebruiken tijdens een moordonderzoek. Wie heeft er baat bij?
Recessie betekent werkloosheid. En werkloosheid leidt naar lagere lonen, want het aanbod op de arbeidsmarkt wordt dan groter dan de vraag. Het deflatoire beleid dat de Unie nu installeert, wordt blijkbaar gebruikt om de verwezenlijkingen van de arbeidersbeweging te vernietigen.
De Duitse bondskanselier Angela Merkel, de drijvende kracht achter het fiscaal pact, heeft herhaaldelijk benadrukt dat Europa geen toekomst heeft als het niet in staat is zijn concurrentievermogen te verbeteren. Dat wil zeggen dat de productiekosten moeten verminderen, en dus de lonen.
Op het eerste gezicht lijkt het paradoxaal dat Duitsland bij de andere EU-landen aandringt op een verbetering van hun concurrentievermogen, want Duitsland doet het ter zake beter dan de buren. Het land heeft een concurrentievoordeel dat het in de waagschaal legt. Maar Duitsland heeft meer op het oog dan de Europese markt, het is haar om de wereldmarkt te doen, waar de lonen in landen als China, Vietnam en Bangladesh helaas, maar voorspelbaar, steeds meer als het referentiekader gelden.
Het Duitse kapitalisme kan op die wereldmarkt maar stand houden wanneer het op Europa kan rekenen als productiecentrum en interne markt (vandaar de Duitse gehechtheid aan de Europese Unie en de euro), terwijl ook de geldende sociale zeden in Europa naar het globale referentiekader toe gebracht worden (vandaar de promotie van het fiscaal pact). Andere Europese regeringen mogen dan van tijd tot tijd wel mopperen over de ‘Duitse dictaten’, het belet hen niet om enthousiast mee te stappen.
Het werkelijke doel van het fiscaal pact is een nieuw referentiekader te creëren voor heel Europa. Dit verklaart waarom 25 van de 27 EU-regeringen het fiscaal pact hebben ondertekend. Om dezelfde reden blijven landen als Kroatië, Servië en Turkije, ondanks de crisis van de euro, vastbesloten toe te treden tot de Europese Unie. Concurreren op wereldvlak, dat is de inzet. De werknemers moeten wennen aan hongerlonen, het ontmantelen van onderwijs, gezondheidszorg en andere sociale diensten en het elimineren van honderdduizenden banen in de publieke sector.
Hoe komt het dat ze er weg mee raken, met zo'n antisociale politiek? Wel, wie kritiek uit, heet al gauw ‘tegen Europa’ te zijn en dus een halve gare.  Wie blijkbaar niet begrijpt dat een menage niet meer kan uitgeven dan het ontvangt, heet in de wolken te leven. Het zijn argumenten die schijnbaar getuigen van boerenwijsheid. Maar meer dan uitingen van europopulisme zijn ze niet. Wat we tijdens de Europese top te zien kregen is niets anders dan een sterk staaltje van klassenstrijd, gestreden onder het mom van het gezond verstand.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen