vrijdag 2 maart 2012

Keynes socialist?

John Maynard Keynes
De verzamelde werken van John Maynard Keynes (1883-1946) zijn goed voor 30 boekdelen, zo leer ik uit de biografie die Peter Clarke over de befaamde econoom schreef.  ‘s Mans beroemdste boek heet The General Theorie of Employment, Interest and Money. Het werd geschreven in 1930 en vertaald in het Frans, Spaans, Tsjechisch, Italiaans, Servokroatisch, Hindi, Fins, Roemeens, Hongaars en Russisch. Voorwaar een econoom die zijn sporen nagelaten heeft.  Het boek zou de macro-economie van het westen beheersen tot in de jaren tachtig.
Keynes, die de economische crisis van 1929 meegemaakt had, verdedigde de toen nooit gehoorde stelling dat de staat ten tijde van crisis zijn rol moet uitbreiden via openbare investeringen, aanwengelen van de consumptie, beperken van speculatie…
Het lijkt de evidentie zelve, maar vanzelfsprekend was dat toen geenszins. In die tijd heette de staat niet de oplossing te zijn, maar het probleem. Een vreemde stelling voorwaar die veel later, in de jaren tachtig van vorige eeuw, onder invloed van de Chicago School, weer bon ton werd, maar die vandaag, in deze nieuwe tijden van crisis, weer de economische wenkbrauwen laat fronsen.  [Over de nefaste invloed van die Chicago School heeft Naomi Klein, by the way, in 2007 een prachtig boek geschreven, De shockdocrine, met als veelzeggende ondertitel: De opkomst van rampenkapitalisme. Het is echt nog niet te laat om dat boek te lezen.]
Omdat Keynes een kritiek op het kapitalisme formuleert, wordt hij door velen in de socialistische hoek geplaatst.  Verkeerdelijk natuurlijk, maar dat komt mede door de socialisten zelf die de marxistische analyse van het kapitalisme passé vinden en die in de theorieën van Keynes een vruchtbaar alternatief ontwaren.  Daardoor ook komt het dat Laurent Joffrin in zijn geestige boekje ‘Histoire de la gauche caviar’ (dat ik eerder al onder de titel ‘Loftsocialisten’ in deze blog besprak) Keynes tot de zijnen rekent.
Maar waar stond Keynes echt voor? Hij was heel zeker telg uit een progressief gezin.  Vader was professor en moeder ‘vervulde een voortrekkersrol in het gemeentelijke bestaan in het stoffige mannenbolwerk Cambridge en zou er als eerste vrouw achtereenvolgens raadslid, wethouder en burgemeester worden.
Keynes brengt zijn middelbare schooljaren op Eton door en gaat daarna studeren aan King’s College in Cambridge. Hij is een vooraanstaand lid van de Bloomsburygroep, de Britse avant-garde uit die tijd, waartoe ook Virginia Woolf behoort.  Gedurende twintig jaar is hij praktiserend homoseksueel, maar hij trouwt uiteindelijk wel met een balletdanseres. ‘Hun huwelijk, in 1925, bezorgde hem een nieuw doel, nieuwe emotionele stabiliteit en pure vreugde waar hij nooit genoeg van kreeg (…) Dat ze geen kinderen kregen kwam niet doordat ze het niet probeerden.’
Veelzijdig was hij dus heel zeker. ‘Zijn leven lang heeft Keynes geweigerd zijn activiteiten in aparte hokjes onder te brengen. Het was dezelfde man met dezelfde actieve geest die — soms duizelingwekkend en verontrustend snel— kon switchen van boeken naar ballet, van wiskunde naar ethiek, van intellectuele bespiegelingen naar financiële, van verfijnde economische theorie naar direct toepasbaar beleid (en weer terug).’
Politiek moet hij links-liberaal gesitueerd worden.  In het huidige Nederland zouden we hem wellicht bij Democraten 66 aangetroffen hebben, een stroming die in Vlaanderen tevergeefs voet aan de grond probeerde te krijgen in ondernemingen als Spirit, later Vl.Pro en nog later SLP (Sociaal-Liberale Partij): ‘Keynes’ economische programma was dan wel een kritiek op de destijds heersende leer van de vrije markt, maar die was niet afkomstig van een socialist.  Hij wilde socialisten verzoenen met het bestaande systeem door het onrechtvaardige ervan te verzachten en, in die zin, het kapitalisme tegen zichzelf in bescherming te nemen. (…) Hij vond het verouderde antikapitalistische dogma geen haar beter dan het dogma van het laisser faire, dat zijn voornaamste doelwit werd.
Labour zag hij evenzeer als een belangrijke partij om zijn stellingen uit te voeren: ‘Ten tijde van de algemene verkiezingen in 1935 moest de partijleider van de Liberalen (…) een tegenslag incasseren toen hij op een campagnebijdrage rekende van de rijke econoom, die een paar jaar tevoren nog een van de belangrijkste weldoeners van zijn partij was geweest. “Maar, helaas, ik weet amper waar ik sta,” schreef Keynes terug, zonder cheque bij te voegen. “Ergens tussen Liberaal en Labour, veronderstel ik (…)”.’  Inderdaad, zoals Spirit.
Progressief, heel zeker, maar geen socialist; wel een rijke bourgeois en een speculant: ‘Keynes’ vermogen zou in de daaropvolgende twee jaar verdubbelen, om weg te smelten tot minder dan achtduizend pond in 1929. Daarna werd de portefeuille opnieuw opgebouwd en bereikte deze op zijn hoogtepunt, in 1936, een omvang van een half miljoen pond (nu dertig miljoen dollar). Vervolgens daalde zijn vermogen, om ten tijde van de Tweede Wereldoorlog weer uit het dal te klimmen.’   Mmmm, in 1936 had deze Keynes dus bijna 21.450.000 euro bijeen gespeculeerd. I rest my case!
Flor Vandekerckhove

Keynes, De biografie.  Peter Clarke, 223 pagina’s. Uitgeverij Atlas, 2010. ISBN 978 90 450 1749 5
Wie meer over de economische theorie van Keynes wil weten: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/04/05/keynes-en-de-crisis.
Bijzonder interessant is ook:
http://www.standaard.be/krant/tekst/index.aspx?articleid=RR3MLCHT&oPage=290177&oDay=25&oMonth=2&oyear=2012&_section=60168353&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=krantenkoppen

Een reactie plaatsen