woensdag 18 juni 2014

Velodroom

— De Laatste Vuurtorenwachter en zijn oud-leraar Alfons  Vandenbussche.(met cap). (Foto Jo Clauwaert.) —

Wanneer was ik voor ’t laatst in de velodroom van Oostende? Ik moet het opzoeken. Het was tijdens een wielerwedstrijd. Benoni Beheyt nam eraan deel, iedereen jouwde hem uit. Dat moet kort na het fameuze wereldkampioenschap geweest zijn waarin die Beheyt verrassend zijn kopman Rik Van Looy klopte. 1963! Heel wielerminnend Vlaanderen nam het Beheyt kwalijk. Vandaar dat jouwen.
1963, misschien ’64. Ik was een teenager, ik liep school. Vandenbussche was mijn leraar Nederlands. Ik denk niet dat hij daar toen aanwezig was. En als hij er was, dan zal hij zeker niet gejouwd hebben, want Alfons is niet dat soort mens.
Alfons is anders. Dat heb ik later ontdekt. Nadat je van zo’n school af bent, kom je de leraren nauwelijks nog tegen, ze lijken opgeslorpt in een verleden dat je maar al te graag achterlaat. Daar zijn, wat mij betreft, twee uitzonderingen op, Vandenbussche is er een van. Ik heb hem later nog ontmoet in een instituut waar hij Russisch ging studeren; ik ben hem vaak tegengekomen in toch wel linkse kringen; ik heb hem in de zaal zien zitten tijdens evenementen waarbij ik het spreekgestoelte moest beklimmen; ik kom hem tegen in de boekhandel… En telkens blijkt dat hij is aan ’t leren is, altijd aan ’t leren. Nu nog. En hij nadert de tachtig! Zo’n mens is dat.
Alfons Vandenbussche leert nu filmen en maakt, almaar bijlerend, mooie documentaires. Ik ben zo’n film gaan bekijken. Die gaat over de Oostendse velodroom waar ik vijftig jaar geleden Beheyt heb staan uitjouwen. Door die film heb ik dan weer veel bijgeleerd. Bijvoorbeeld dat we het daar nog altijd velodroom mogen noemen, maar dat ‘t geen velodroom meer is. Nadat de renners er weggebleven zijn, omdat ze op den duur van put naar put hobbelden, is het lang een vuile boel gebleven. Daarna is ‘t een velo-droom geworden en die droom is in 2010 uitgemond in een bowl — ik zie tot mijn verwondering dat het woord in ’t Nederlands bestaat: bowl.
De jeugd heeft zich de plek toegeëigend. Ze zijn met velen en ze zijn velerlei. De film laat me scouts zien die in harmonie leven met BMX-champions. Hangjongeren bewonderen het werk van graffitikunstenaars. Pakistani spelen er cricket, rolschaatsers en bowlriders leven er hun duivels uit… Da’s mooi om te zien, maar het mooiste is toch wel het beeld waarin Alfons Vandenbussche — op dat moment de vijfenzeventig al gepasseerd — van die jongeren interviews afneemt. Hij heeft een cap opgezet — ja, ook dat woord bestaat in ’t Nederlands: cap.
Bowlriders, skaters, caps… Subculturen waar ik niets van afwist. Dat had, zo meende ik, met mijn leeftijd te maken. Maar nadat ik daar mijn oud-leraar aan ’t werk gezien had, was ik dat excuus wel kwijt. Dus begon ik beter op te letten wanneer zo’n snotneus met een scheve cap en een skateboard — jawel, het staat in ’t groene boekje: skateboard — onder de arm mijn pad kruiste. Daar gaat misschien wel een nieuwe Ed Templeton, denk ik nu. Mocht je de wenkbrauwen fronsen omdat die naam je niets zegt, dan is dat geen probleem, want een mens is nooit te oud om bij te leren. Beginnen doe je met de trailer van Alfons' film die hieronder staat.
Flor Vandekerckhove

2 opmerkingen:

Alfons Vandenbussche zei

Mooie tekst en bedankt voor de bekendmaking ook;
Terloops ik heb de film "Velo-Droom" vertoond voor "De Plate" eind april en iedereen was opgetogen.Er was iemand bij van filmclub 62 en die wil defilm laten vertonen in de Kinepolis en zoekt nog een bijkomende film omdat mijn film niet avondvullend is ,wellicht in het najaar...

Alfons Vandenbussche zei

aanvulling
Ik ben daar ooit eens begin 70er jaren naar een popconcert geweest meegevraagd door leerlingen en later af en toe het verloederen gezien en de eerste skateboarders tot ik per toeval in het voorjaar van 2011 de nieuwe velodroom zag en daar mijn onderwerp voor mijn eind werk in de Kunstacademie gevonden heb.