zaterdag 6 december 2014

Golfstraat 11

Alles blijft altijd hetzelfde en op een dag is alles toch helemaal anders. Het is een gedachte waarover ik eigenlijk eerst nog een beetje zou moeten doordenken, maar het is wel wat een dezer dagen in mij opgekomen is en wat me tot op heden bijblijft. Dat komt doordat…
In Bredene fiets ik, zoals ik dat dagelijks doe, nietsvermoedend door de Golfstraat. Ik zie dat ze het huis aan ’t afbreken zijn. Een dag later is het helemaal weg. Golfstraat 11, het adres van het eerste huis waar ik ooit gewoond heb, is letterlijk van de bodem verdwenen, het huis is met de grond gelijkgemaakt. Wat mij betreft is dat huis er altijd geweest, want ik heb 't nooit anders geweten. En nu is ’t compleet weg. Ja, ik ben geschrokken. Weg is het koertje waarop ik tevergeefs een driewieler probeerde op gang te trekken, weg is de kelder waarin mijn moeder me opsloot en waarin ik een verhalenverteller geworden ben, weg is het raam waardoor ik voor ’t eerst de wijde wereld gezien heb, weg is ook het deurgat waarlangs ik, met mijn korte beentjes, die wereld voor ’t eerst ingestapt ben. Ik vraag me af of ik het zal missen als ik daar morgen weer passeer, want het huis weet altijd wel mijn blik te trekken. Telkens ik er voorbijkom zeg ik in min of meerdere mate: hier is alles begonnen.
Ik blader in Gauw! (*), het boek waarin ik mijn kindertijd beschreven heb en stoot op een passage waarin ik vertel over het moment waarop ik voor het eerst, vers uit de materniteit, thuiskom: ‘We rijden naar een huis dat een beetje verder ligt, in de Golfstraat, waar mijn moeder een voedingswinkeltje uitbaat. Die woning heeft wel een winkel, maar is geen winkelhuis. Je komt binnen in de gang. Rechts leidt een deur je de voorste kamer in, de voorplaats, en daar staan enkele bakken melk, enkele kartons met eieren, een rek met kruidenierswaren. Onder de elektriciteitsmeter in de gang staat in de koelte een reserve: enkele bakken prik. Een tussendeur scheidt de winkel van de woonplaats die ook als keuken en badkamer dienstdoet. Er is een achterhuis waarin Aline leeft, mijn grootmoeder, die samen met haar dochter naar Bredene verhuisd is.’
Er zijn nog passages: over de kelder, over het poortje, over de buren, over de Garre van Cornelis en over een huisdier: ‘Er was een hondje, Eppie — misschien wel Happy, maar ik herinner het me als Eppie — , dat mijn moeder uit Gent meegebracht had. Dat hondje placht bij me te zitten, bovenop het tafeltje van mijn kakstoel, waar het over me waakte, zo althans vertelde mijn moeder het me. Zelf heb ik daar geen herinneringen aan en evenmin aan het moment waarop ze het hondje weggedaan hebben omdat het een deur kapotgebeten had. Vreemd genoeg herinner ik me die geschonden deur wel. Die zal er nog geweest zijn lang nadat dat hondje weg was.’ En nu is heel dat huis weg. Waarom moet ik nu eigenlijk aan dat vers van Guido Gezelle denken? ‘k Hoore tuitend' hoornen en 
den avond is nabij
 voor mij.
Flor Vandekerckhove

(*) Gauw! werd geproduceerd als e-book (PdF-versie) en wordt sinds maart 2014 gratis opgestuurd naar wie er maar om vraagt. Meer op: http://florsnieuweblog.blogspot.be/2014/03/gratis-boek.html
Een reactie plaatsen