zaterdag 20 december 2014

Van Durruti naar Corman

— Mathieu Corman in gesprek met enkele republikeinse soldaten. Gefotografeerd door Ernest Hemingway (1937) —
Buenaventura Durruti Dumange is wereldbekend, zij het bij een beperkt publiek. Zijn renommee is als ’t ware de politieke variant van wat in de literatuur een succès d’estime heet: waardering vanwege kenners.
Durruti is een Spaanse anarchist die in 1936 een eenheid aanvoert die tegen Franco vecht. Tijdens die burgeroorlog komt Durruti trouwens om het leven. Maar hoe? Er circuleren verschillende versies. Wikipedia: Durruti had de leiding over een colonne van strijders die zouden helpen Madrid te versterken. Daarbij werd Durruti neergeschoten en dodelijk gewond door een sluipschutter. Volgens Antony Beevor in zijn standaardwerk ('The Spanish Civil War', 1982) werd Durruti gedood toen het machinepistool van een metgezel per ongeluk afging. De anarchisten zouden het verhaal over de sluipschutter in de wereld hebben geholpen met het oog op de moraal van de strijders en uit propagandaoverwegingen.’ Geweervuur dus, maar van wie? De geruchtenmolen draait overuren, er wordt zelfs een detectiveverhaal van gemaakt: The Man Who Killed Durruti (2005, Pedro de Paz).
Over leven & sneven van die mens wil ik meer te weten komen en ik schaf me zijn biografie aan, een turf van bijna 800 bladzijden. (*) Daar heb ik nu even geen tijd voor en dus blader ik meteen door naar pagina 650 waar de auteur onder de veelzeggende titel Fact or fiction? het mysterieuze overlijden van de revolutionair probeert te ontrafelen. Dat begint met een dagboekfragment van een medestrijder: ‘Durruti werd gedood door een explosie van geweervuur toen hij uit zijn auto stapte. (…) De militieleden omsingelden het huis waaruit de schoten kwamen en doodden iedereen die zich daarbinnen bevond.’ Ik zoek de referentie op in het notenapparaat en zie dat het citaat uit een werk komt van de Belgische journalist Mathieu Corman (¡Salud, camaradas! Paris, Ed Tribord, 1937.) Elders lees ik dat deze Corman geen anarchist is, maar dat hij zich uit sympathie toch bij Durruti aangesloten heeft. Het is iets wat wel meer gebeurt. Ook de Franse trotskist en dichter Benjamin Péret vecht in Durruti’s groep.
Mathieu Corman in diens reportageboek over 
een revolutionaire opstand in Asturië (1934).
Corman is me niet onbekend. Er bestaat in Oostende een gewaardeerde boekhandel met die naam. De stofomslag en de leeswijzer die u daar bij elk boek meekrijgt toont het op een panter lijkend wezen van de surrealistische schilder Félix Labisse; een beresterk historisch logo. 
De huidige winkel is, als ’t ware, de sequel van de laat ons zeggen historische Corman, een boekhandel die terecht zijn plaats heeft in de culturele geschiedenis van dit vlakke landekijn. 
Heeft de Belgische journalist Mathieu Corman iets met die boekhandel te maken? Wel ja, hij is er de stichter van.
Matthieu Corman wordt in 1901 in Lontzen geboren. In 1925 sticht hij in Oostende een boekhandel. Er volgen filialen in Het Zoute, Brussel en Antwerpen. In 1935 wordt hij lid van de Communistische Partij. Tijdens de oorlog werkt hij, samen met zijn bediende, Henri Kermarrec, voor het verzet. In 1943 komt hij in Engeland terecht waar hij voor het Onafhankelijkheidsfront werkt. Na de oorlog maakt hij indrukwekkend veel reizen waarover hij verschillende boeken schrijft. Hij trekt meer dan eens naar de Sovjet-Unie, bezoekt Arabische landen, reist naar Cuba en China. Via Canada komt hij in de USA waar hij clandestien (want communist) rondtrekt. Op 16 februari 1975 vindt men zijn lijk bij Eupen, waar hij in de bossen een buitenverblijfje heeft. De vierenzeventigjarige Mathieu Corman heeft er zich het leven benomen. Hij wordt in Oostende begraven. 
In de necrologie heeft men het over een communist, maar mijn ouwe maat, wijlen Yvon Kermarrec die in die jaren de boekhandel in Oostende openhoudt, noemt hem een ‘anarchist van de oude stempel’. In Pan omschrijft men zijn communisme als ‘plus libertaire, voire anarchiste, que doctrinaire’. In 2002 is hij in De parelduiker quasi helemaal in een anarchist veranderd: Corman was een man die overal zijn gang wilde gaan en weigerde zich bij regels neer te leggen. Zijn vrienden beschouwden hem daarom eerder als een anarchist dan als een communist.’ (**) 
Is het daarom dat zijn familie achteraf de hamer en de sikkel van zijn graf laat weghalen?
Michel Kemp en zijn levensgezellin baatten 
tot het einde van 2017 de huidige Corman in Oostende uit. 
Ook de familie Kemp was verbonden met de historische 
Cormanwinkels. Nu wordt de zaak uitgebaat 
door  Michels dochter. (Foto Jo Clauwaert)

Hoe dan ook, in 1936 is Mathieu Corman inderdaad in Spanje en hij bevindt zich daar wel degelijk in de groep van Durruti. Hij werkt er als journalist voor Ce Soir, een blad van de Franse communist Louis Aragon. En hij blijkt een goeie journalist te zijn, want in een interview roemt Ernest Hemingway zijn werk. Op zijn palmares mag hij ook schrijven dat hij de eerste journalist is die het platgebombardeerde Guernica bezoekt: Picasso las het relaas van Guernica in Ce Soir en het was de tekst van Corman, van een man die slechts lager onderwijs genoot, zich een ‘intellectuel indépendant’ noemde, een legendarische boekhandel in het leven riep, prat ging op zijn publikaties en zeker niet zonder genoegen meewerkte aan de legendevorming om zijn persoon.’ (***)
Flor Vandekerckhove

(*) Abel Paz, Durruti in the Spanish Revolution. AK Press, 2006. ISBN 1-904859-50-x. 772 pagina’s.
(**) Frank Okker, Brandbom tussen de boeken. Mathieu Corman, gedreven literator. In De parelduiker, Jaargang 7, 2002. Lubberhuizen, Amsterdam.
(***) Roger Tavernier. Mathieu Corman, boekhandelaar, globetrotter, reporter. De Brakke Hond, Jaargang 11. Antwerpen 1994, en da's hier te lezen. Alle gegevens die ik in dit stuk over Mathieu Corman vermeld, komen uit dat werk.
Een reactie posten