donderdag 25 december 2014

Leren schrijven met Grace Paley

In een studie over de Russische schrijver Isaak Babel kom ik haar naam tegen, een Amerikaanse in wier verhalen we de stijl en het thema van Babel moeten herkennen. Wie is die vrouw? Nooit van gehoord! Ik vind geen Nederlandse vertalingen, maar op het internet blijf ik aan een interview hangen: ‘Mensen zeggen dat ik zoals Isaak Babel schrijf, maar het is niet zo dat hij me beïnvloed heeft. Ik had hem niet gelezen vooraleer ik begon te schrijven. Het zijn onze grootouders die ons beiden beïnvloed hebben. (…) Het is niet zozeer een literaire invloed dan wel een sociale, een invloed van de taal, een muzikale beïnvloeding.’ Babel en Paley (1922-2007) hebben Joodse wortels in het Rusland van de tsaren met elkaar gemeen. In een ander interview geeft ze daarover meer uitleg. Je taal komt, zegt ze, van wat je thuis gehoord hebt: ‘Thuis in de East Bronx hoorde ik als kind drie talen — Engels, Russisch en Yiddish. Ik spreek de dingen veel uit terwijl ik ze schrijf. Ik hou ervan om het verhaal te horen.’ Maar een verhaal schrijven is nog iets anders dan het mondeling vertellen: ‘Ik kom haast altijd vast te zitten na een bladzijde of na een paragraaf — op het punt waar ik moet beginnen denken waarover het verhaal zo mogelijks zou kunnen gaan. Ik begin met paragrafen die niet onmiddellijk met een plot verbonden zijn. Eerst is er de klank van het verhaal. (…) Iedereen zegt dat ik geen plot heb. Dat maakt me echt kwaad. Plot is niets; plot is een tijdlijn. Al onze verhalen hebben tijdlijnen. Eerst gebeurt er iets, daarna gebeurt er iets anders.’ Kent ze dan nooit het einde wanneer ze aan een verhaal begint te werken? ‘Neen. Dat gebeurt gewoonlijk als ik al aan het midden bezig ben.’
Goed, dat wil ik dan wel eens zien. Dus schaf ik me de verzamelde verhalen van Grace Paley aan. (*) Daarin leer ik een geëngageerde auteur kennen: ‘Schrijvers hebben de verantwoordelijkheid om recht naar de wereld te kijken en daarover na te denken. Wat ze zien is hun zaak, maar alle schrijven is politiek.’ Ze schrijft over kleine luiden met hun dagelijkse ongemakken. De naam van haar eerste bundel is dan ook The Little Disturbances of Man. Dat blijken veelal vrouwen te zijn die hun kinderen opvoeden in afwezigheid van mannenmensen. In Dreamer in a Dead Language zegt zo’n vrouw over die mannen: ‘They pay me with a couple of hours of their valuable time. They tell me their troubles and why they're divorced and separated, and they let me make dinner once in a while.' De vrouwen in Paleys verhalen zijn politiek actief, ze participeren aan de vredesbeweging en ze nemen deel aan antiatoommarsen.
Het verhaal The Contest opent als volgt: ‘Up early or late, it never matters, the day gets away from me. Summer or winter, the shade of trees or their hard shadow, I never get into my Rice Krispies till noon.’ Zoiets had Babel inderdaad ook kunnen schrijven — mocht hij Rice Krispies gekend hebben uiteraard. Ook in The Expensive Moment herken ik de ironie van Babel. In dat verhaal gaat Faith (een steeds weerkomend personage bij Paley) vreemd, maar passioneel kun je ’t niet noemen: ‘Their lovemaking was ordinary but satisfactory. Its difference lay only in difference. Of course, if one is living a whole life in passionate affection with another, this differentness on occasional afternoons is often enough.’ Of in The Loudest Voice: ‘”You're in America," the husband retorts. "In Palestine the Arabs would be eating you alive. Europe you had pogroms. Argentina is full of Indians. Here you got Christmas."’
Het verzamelde werk bundelt drie boeken. Het eerste wordt in de jaren vijftig gepubliceerd. Het tweede (Enormous Changes at the Last Minute) komt er pas in 1974, twintig jaar later. Ze schrijft nu anders, zo luidt een kritiek, haar ervaringen vinden minder dan vroeger hun weg naar de verbeelding. Wellicht is de reden in de veranderende tijdgeest te vinden en in het toenemende activisme van Paley. Ook wij herinneren ons de sixties als intenser, luider, opwindender dan de jaren vijftig, en luidruchtigheid is niet bepaald wat een schrijver nodig heeft om een verhaal mooi rond te maken. Activisme laat een mens maar weinig tijd over om fictionele verhalen ambachtelijk uit te werken— wellicht komt het ook daardoor dat ik nu pas, tijdens mijn pensioen, goed begin te schrijven.
Heeft die criticus gelijk? Is er sprake van een achteruitgang in haar schrijven? In de latere verhalen van Paley kun je een ruwere taal vinden, er is sprake van toenemend straatgeweld, ze beschrijft het uiteenvallen van traditionele relatievormen… De kleine ongemakken van de arbeidersvrouwen uit de eerste bundel worden overstemd door de grootse gebeurtenissen van de sixties. Het alter ego van de schrijfster weet exact wat haar overkomt. In Faith in a Tree zegt ze: ‘And I think that is exactly when events turned me around, changing my hairdo, my job uptown, my style of living and telling. Then I met women and men in different lines of work, whose minds were made up and directed out of that sexy playground by my children's heartfelt brains, I thought more and more and every day about the world.’
Maar je weet hoe ’t gaat: hoe meer er verandert, hoe meer het ook hetzelfde blijft. In het verhaal Northeast Playground ontmoet de ouder geworden Faith enkele jongere vrouwen, allemaal alleenstaande moeders. Die mijden contact met de laat ons zeggen meer gesettelde vrouwen die elders in dat park vertoeven: Then I stated: In a way, it was like this when my children were little babies. The ladies who once wore I Like Ike buttons sat on the south side of the sandbox, and the rest of us who were revisionist Communist and revisionist Trotskyite and revisionist Zionist registered Democrats sat on the north side. In response to my statement, No kidding! most of them said. Beat it, said Janice.’
De liefhebbers moeten weer elf jaar wachten vooraleer een derde verhalenbundel (Later the same day) gepubliceerd wordt. De Joodse gemeenschap van de jaren vijftig is gaandeweg uitgebreid met zwarten, Italianen, Ieren… De vrouwen voeden nog steeds alleenstaand hun kinderen op, ze leiden nog altijd een activistisch leven. In Friends noemt Paley hen the soft-speaking tough souls of anarchy’. Maar het kapitalisme heeft intussen wel veel vernietigd. De dochter van Selena, ‘one of that beloved generation of our children murdered by cars, lost to war, to drugs, to madness,’ is lang geleden ergens ver weg dood teruggevonden. Zegt Selena tot Faith: ‘You know the night Abby died, when the police called me and told me? That was my first night's sleep in two years. I knew where she was.’
Flor Vandekerckhove


(*) Grace Paley, The Collected Stories. New York, Farrar Straus Giroux. 1994. 386 ps. ISBN 0-374-52431-9.

Een reactie plaatsen