zaterdag 27 december 2014

Kicks

Hardlopen is, wat mij betreft, geen synoniem voor joggen, want ik loop traag; joggen is traaglopen. Dat doe ik op verschillende parcours; het langste meer dan elf, het kortste zeven kilometer. Dat eerste is, zo moet ik zeggen, wellicht van de verleden tijd, want mijn logboek leert me dat ik de zeven dit jaar niet overschreden heb. ’t Komt doordat ik een dagje ouder word en ja, ik heb een logboek. Bovendien is de zeven een mooi traject dat dwars door ‘t park gaat, via een tunneltje richting duinen en daar dan over, vervolgens op een dijkje met zicht op zee ­en langs een bosweggetje weer naar huis. Je kunt dat wel langer maken maar niet mooier.
Gisteren, joggend tussen de bosjes, stop ik om een plasje te maken. Sinds mijn prostaat zestig gram lichter gemaakt werd, plas ik weer in een mooie boog, zoals een prille twintiger, wat een waar genoegen is, zeker als je een man van vijfenzestig bent. Ik sta daar te genieten van de volmaakte boog mijner plas en vlak naast mij, op nauwelijks twintig centimeter, komt er, op een tak, een vogel zitten, een roodborstje, het eerste dat ik deze winter te zien krijg. Er zijn mannen die hun straal dan meteen op dat vogeltje richten, alleen omdat het binnen hun bereik is, maar zo’n man ben ik niet. Ik probeer me stil houden, wat in dat geval onmogelijk is, want eens zo’n plasstraal zich in beweging gezet heeft is die niet meer te stoppen. Maar dat schrikt dat roodborstje niet af, constateer ik met toenemende verbazing. 
Wat volgt zou ik beter niet vertellen, want je zult het belachelijk vinden. Al pissend probeer ik met dat beestje een gesprek aan te knopen, zo van jij ziet er toch wel een braaf vogeltje uit. Een antwoord krijg ik niet, maar het roodborstje schrikt evenmin van mijn stem. Het wipt zijn staartje, kijkt waar mijn straal heengaat en vervolgens houdt het zijn kopje schuin om, als vogels onder elkaar, naar mijn pietje te kijken.
Flor Vandekerckhov
Een reactie posten