zondag 12 april 2015

Houllebecq, het boek, de film

Ik schrik: Houllebecq ziet er nog slechter uit dan Bukowski
toen die nog leefde.
Sinds ik De barbaren van Alessandro Baricco gelezen heb, weet ik het wel zeker: ik ben zelf zo'n barbaar, ik heb de deur van de humaniora achter me dichtgeslagen, ik behoor tot de nieuwe barbaren. Dat blijkt ook nu weer. 
Vroeger, in de tijd dat ik Baricco nog niet gelezen had, zou ik wellicht het volgende beweerd hebben: ‘Al heel lang wil ik me in het oeuvre van de Franse auteur Michel Houllebecq verdiepen; ooit zal ik de tijd nemen om me over diens oeuvre te buigen.’ Dat zul je me niet meer horen zeggen. Nu tik ik op een regenachtige voormiddag onnadenkend ’s mans naam in ‘t venster dat Google me aanreikt en kijk ik vluchtig naar wat zich ter zake aandient. Ik bots op een verfilming van zijn eerste roman, Extension du Domaine de la Lutte, die daar, en wel helemaal gratis, te bekijken is. Ik open een mapje en berg het adres van die film erin op. Nog voor ik die bekijk openbaart zich aan mij de evidente vraag of het boek beter is dan de film. Dus bezoek ik ook de site van de bekendste internetpiraten die er wereldwijd te vinden zijn (een zootje ongeregeld waarover ik gisteren trouwens een aanbevelenswaardige documentaire gezien heb, uiteraard ook heel & gans gratis te bekijken). Aldaar tik ik schrijvers naam in en haal op illegale wijze een Engelse vertaling in huis van Houllebecqs Extension du Domaine de la Lutte, roman die in die taal de fel ingekorte titel Whatever meegekregen heeft. Ook dat boek steek ik in mijn mapje. Voilà, ik heb nu een boek (weliswaar in ’t Engels) en een Franse film (weliswaar zonder onderschriften). Nu moet ik alleen nog op zoek naar een afbeelding van die Houllebecq, want ik vind dat je bij 't lezen van een boek ook een beetje moet weten hoe de schrijver in kwestie eruitziet. Wat blijkt? Hij ziet er, zo constateer ik geschrokken, bijzonder slecht uit; zo mogelijks nog slechter dan Charles Bukowski in de tijd dat hij nog leefde.
Het blijft regenen. Ik beslis mijn uitstap naar de schoenwinkel tot na de vlaag uit te stellen. Ik begin Whatever te lezen en zie al gauw dat er wel meer overeenkomsten zijn tussen Houllebecq en Bukowski. Zowel Charles’ Postkantoor als Houllebecqs Whatever zijn boeken die het over de werksituatie hebben. Het eerste werd in 1971 geschreven, het tweede in 1994. Er is veel veranderd in die tussentijd. Bukowski’s held, Henry Chinaski, voert taken uit die inmiddels door computers overgenomen werden. De antiheld van Houllebecq moet ’t land rondreizen om mensen met zo’n computers te leren omgaan. In beide gevallen is dat werk vervelend, inspiratieloos en geenszins in staat om het leven enige zin te geven. De vervreemding grijpt wild om zich heen. Zowel Bukowski’s held als die van Houllebecq roken zich te pletter, ze gaan zich overdadig aan drank te buiten en hun seksleven is een drama. Bij Bukowski zijn de bedpartners dermate laveloos dat ze zich de seks maar met moeite herinneren, bij Houllebecq is dat seksleven teruggebracht tot zero. Het neoliberalisme heeft er inmiddels voor gezorgd dat de losers van de arbeidsmarkt ook tussen de dekens geen soelaas meer vinden.
Inmiddels is ’t gestopt met regenen, maar zijn de schoenwinkels alweer dicht. Ik lees het boek helemaal uit. Het eindigt in de mooie natuur van de Ardèche, maar het personage kan er niet van genieten: ‘The impression of separation is total: from now on I am imprisoned within myself. It will not take place, the sublime fusion: the goal of life is missed. It is two in het afternoon.’ Neen, dan toch liever het slot van Postkantoor: ‘’s Ochtends was het ochtend en ik leefde nog steeds. Misschien schrijf ik wel een roman, dacht ik. En dat deed ik toen.’ Dat dit einde voor de consument aangenamer is dan wat Houllebecq ervan maakt, moeten ook de filmproducenten van Extension du Domaine de la Lutte gedacht hebben, want de prent eindigt anders dan het boek. Tijdens een danscursus kijkt de antiheld zijn partner in de ogen en zij beantwoordt zijn blik. Ja, er is nog hoop! Maar ik denk niet dat Houllebecq er blij om geweest is.

Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen