dinsdag 7 april 2015

Op zoek naar een foto van Camiel Schallier

— Vooroorlogse wielerkoers in Bredene. Startplaats is de, nog niet met kasseien belegde Duinenstraat. Links
herkennen we de reclamepanelen van de groentewinkel van het gezin Vandekerckhove en dat van garage Achiel.
Rechts, met luifel, op de hoek, staat het huis van de familie Rosseel. Maar staat Camiel Schallier tussen de renners? Meer dan een jaar nadat we dit stukje publiceerden, weten we het nog altijd niet, maar op 30 mei 2016 liet Ilse Vandewalle ons weten dat de renner links op de eerste rij haar grootvader is, Albert Vandewalle.—

Bij mij is ’t niet anders dan bij jou, de koers werd me met de paplepel ingegoten. Lang voor er een tv in huis kwam, gingen mijn vader en ik al rechtover de deur naar de Ronde kijken, in ’t café, bij Alida. Ik schreef daar eerder al een stukje over dat je hier vindt. Mijn interesse voor de wielrennerij werd overigens sterk aangezwengeld doordat Bredene zijn eigen wielerheld had in de figuur van Marcel Seynaeve, wiens carrière ik jarenlang op de voet gevolgd heb. Ook daarover publiceerde ik eerder al een stukje.
Zelf had ik er niet het minste talent voor, maar van mijn generatie probeerden er velen in Marcels voetsporen te trappen: Robert Decuyper, Henri Decoo, Eddy Ronquetti, Robert Devisch, Norbert Olders… Ook zij vonden een plaats in deze blog; dat stukje vind je hier.
Een van de mooiste foto’s uit mijn collectie, zo vind ik zelf toch, betreft trouwens een plaatselijke wielerheld. Beroepsrenner Oscar Goethals heb ik zelf nooit gekend, maar mijn vader wist er heroïsche verhalen over te vertellen. Op die foto wordt Goethals omringd door streekgenoten waarvan ik, met veel hulp van mijn buren, de namen kon achterhalen. Die foto staat hier.
De combinatie wielrennerij-Bredene is daarmee verre van uitgeput. Vandaag stoot ik bijvoorbeeld op een editie van Ons sportblad, een ‘strikt neutraal’ bijvoegsel van het plaatselijke socialistische tijdschrift Onze actie. Ik vind geen jaartal, maar ’t dateert duidelijk uit de tijd dat de stencilmachine nog handmatig aangedreven werd; lang geleden dus. 
Ook in die tijd waren jongeren al ‘onwetend dat Schallier, welke thans het beroep van zelfstandig kolenhandelaar uitoefend (sic) eens een harde “Flandriën” was.’ 
Ik duik in het wereldwijde web en vind daar ’t volgende: Camiel Schallier werd geboren in Klemskerke op 31 juli 1911. Hij overleed op 19 mei 1975. Beroepsrenner werd hij in 1934.
De reporter van Ons sportblad schetst de omstandigheden waarin de Flandriëns destijds in de weer waren: ‘Ouderen herinneren zich evenwel nog de tijd van deze renner, toen iedereen nog op zichzelf aangewezen was en het moest doen zonder ploegmakkers of versnellingen. Het was toen een periode dat er werkelijk gereden werd voor dood om een ereplaats te bemachtigen.’ Daar slaagde Schallier blijkbaar niet meteen in: ‘Als zoon van een hard werkend gezin begon Schallier zijn rennersloopbaan op 15 jarige ouderdom toen hij nog een “boerenkoeier” was. Zoals in zijn hele loopbaan werd hij al rap door tegenslagen achtervolgd. Als nieuweling – liefhebber en onafhankelijke behaalde hij middelmatige prijzen.’ Toch zet hij de stap naar het beroep… waar de tegenslag hem blijft achtervolgen.
Maar je weet hoe ’t gaat: olie drijft boven. In de Ronde van België, editie 1934, heeft hij door pech al gauw een achterstand van 42 (!) minuten, maar… ‘Met een nooit geziene wilskracht reed hij in de volgende ritten iedereen uit het wiel, en eindigde de Ronde als vierde achter Cardier, Toon Dignef en Gerard Leopold op amper één minuut van de eerste. In de laatste rit lag hij alleen voorop tot op twintig kilometer van Brussel en zou de Ronde zekerlijk gewonnen hebben, ware het niet dat zijn achtervolgers in het zog van de auto’s werden bijgetrokken.’ Winnen deed Camiel Schallier wel in 1934 in de wedstrijd Parijs-Duinkerke. Tweede werd hij dat jaar in Parijs-Boulogne, ‘geklopt door Jan Aerts en wel juist op de meet, nadat hij gedurende kilometers alleen was weggebleven tegen een snelheid van veertig kilometer per uur, wat voor deze tijd uitzonderlijk was.’
Ik ben op zoek gegaan naar een foto van deze Flandriën, maar die is op ’t internet niet te vinden. Wel vind ik een verslag uit 2011, over het 65-jarige bestaan van de plaatselijke wielerclub De rappe sprinters. Die is, zo verneem ik daar, in 1946 in Bredene-Dorp opgericht in ’t café Bij Camiel Schallier
Ik heb me vervolgens tot de plaatselijke heemkundigen gericht met de bede: kan iemand me een foto van deze Camiel bezorgen? Of desnoods van ’t café dat zijn naam droeg. Ik heb helaas bot gevangen.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen