maandag 18 mei 2015

Vervoerbewijs

Mijnheer,’ zei hij, ‘dit is een ongeldig vervoerbewijs.’ Ik keek naar de treinbegeleider, dan naar het ticket en daarna weer naar de conducteur. Ongeldig? Ik had het nog geen uur eerder uit de automaat gehaald. Ik zegde hem dat ook. ‘Dit is een vervoerbewijs voor senioren,’ antwoordde hij. Een seniorenbiljet inderdaad, daar had ik ook recht op. Ik keek hem glimlachend aan. ‘Het is pas geldig na negen uur,’ zei hij. Ik keek op mijn horloge. Het was twintig over. Ik bleef glimlachen. ‘De trein is vertrokken om acht uur vijftig. Een seniorenticket is pas geldig na negen uur. U bent te vroeg met deze trein vertrokken, dit vervoerbewijs is daardoor ongeldig.’ Hij meende het. ‘Ja maar,’ repliceerde ik, ‘dat is een maatregel om overbodig volk uit de forenzentrein te weren. Dit is niet zo’n trein.’ Ik keek om me heen en zag mijn woorden bevestigd, nauwelijks volk. ‘Toch is ’t ongeldig,’ zei hij weer, ‘kunt u een correct vervoerbewijs betalen?’ Het lachen verging me. De mens besefte niet wat hij aan ’t doen was, want als er iets is waar ik niet mee om kan gaan, dan is ’t wel met zo’n kommaneuker. Ik probeerde kalm te blijven, want ik word een dagje ouder en ik moet mijn hart sparen, maar het lukte me niet. Ik ging in de tegenaanval en zei: ‘Komt het door dat uniform dat ge zo’n klootzak zijt of doet gij dat thuis ook? Ik weet wel dat de regering het u moeilijk maakt, maar dat is nog geen reden om gepensioneerde mensen de duvel aan te doen hé.’ Ik had me enige maanden geleden nochtans voorgenomen om geen politieke uitspraken meer te doen, om dat aan de jeugd over te laten, maar een mens kan toch niet àlles over zich heen laten gaan. Een weg terug was er nu trouwens niet meer. Ik besloot er nog enige populistische argumenten bovenop te smijten: ‘Gij zijt zeker zo’n klootzak die weigert aan een staking deel te nemen! Gij zijt zeker van het soort dat vindt dat deze regering het nog zo slecht niet doet! Wat kan u het schelen dat ik tien minuten te vroeg met de trein vertrek? Is dat misschien uw eigen trein? Of betaal ik die met mijn belastinggeld? Of hebt ge zoveel noten op uw balk omdat hij voor één keer op tijd is?! Of ik een vervoerbewijs kan betalen? Wat is dat nu voor zever? Misschien kan ik wel een taxi betalen, dat zijn uw zaken toch niet. Steek dat ticket maar in uw reet! En geef er daar dan een knip in, kaartjesknipper van mijn kloten. Kan ik een ticket betalen? Om dat te weten gaat ge de flikken erbij moeten halen. Die zijn ook zo flink wanneer ze in uniform zijn. En ze hebben bovendien een wapen. Misschien kunnen ze eens op me schieten.’ Ja, ik was me nu toch wel heel erg kwaad aan ’t maken. Maar gelukkig sprak ik die woorden alleen maar in gedachten uit, want met die mens viel niet te redeneren, zo had ik meteen gezien. Zo’n mens kon alleen maar met actie overtuigd worden. Geen woorden maar daden! Niet nadenken, meteen handelen. Rechtstaan. Man tegen man. Ooghoogte. Een kopstoot, vlam! En daar lag de treinbegeleider op de grond… Vanuit zijn neus te bloeden als een varken… Een geveld zwijn in uniform… Ik keek om me heen en zag dat mijn medepassagiers me met sympathie toeknikten. Het stimuleerde me om nog een stap verder te gaan. En met die stap zette ik mijn voet bovenop zijn hoofd en riep: ‘Lik nu mijn zolen maar, meneer de kaartjesknipper. Gij dacht zeker dat ik zo’n sukkelachtig oudje was? Ge had deze keer, helaas voor u, echt wel de verkeerde vast. Wie denkt ge wel dat ge zijt, snotneus? Denk ge dat uw ouders daarvoor in 68 op de barricaden gestaan hebben, om kommaneukende kinderen gelijk gij te kweken?’ De passagiers begonnen nu te applaudisseren en vuurden me, met de duim naar beneden, aan om de treinbegeleider helemaal af te maken. Maar dat deed ik uiteraard niet, net zomin als ik het vorige gedaan had. Al dat geweld had zich alleen maar in mijn hoofd afgespeeld. Mijn daadkracht had zich beperkt tot het bovenhalen van mijn portefeuille en het enige wat ik gezegd had was dit: ‘En hoeveel zal me dat nu weer kosten?’ Dat bleek niet weinig te zijn, maar gelukkig had ik voldoende geld op zak.
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen