zondag 17 januari 2016

Esau & Jacob


— Jager Esau drinkt de soep waarmee boer Jacob hem de erfenis afgekocht heeft. De landbouw neemt het over van de jacht. —

Er zijn haast geen vissers meer in Oostende. Da’s vreemd, want tot halverwege de XXste eeuw was dat nog een echte vissersstad. Wat is er eigenlijk gebeurd? Wanneer is ’t slecht beginnen gaan? Komt het door die van Zeebrugge? Is het de schuld van de Europese Unie? De kabeljauwoorlogen? De sossen? D‘Ollanders’? Zoveel mensen, zoveel meningen. (Alleen de reders blijven, vreemd genoeg, altijd buiten schot.)
Kent u het verhaal van de tweelingbroers Esau en Jacob? De eerste was een jager, de tweede een boer. Esau, de eerstgeborene, placht bij nacht & ontij op pad te gaan. Veelal kwam hij uitgehongerd weer naar huis, vuil en smerig, stinkend naar ’t zweet. Moeder Rebecca vond dat maar niets. Haar oudste had, zo zei ze, geen manieren.
Jacob daarentegen was haar keppe. Hij zorgde voor de lochting. In tegenstelling tot zijn broer was hij altijd proper gewassen, geschoren en gekamd. En zijn lochting leverde altijd wel iets op: patatten en tomatten op een roe, zoals Ivan Heylen het destijds zo onomwonden zong.
Voorzien van zijn goeie manieren stond Jacob in het deurgat weer eens Esau op te wachten. Het was al laat toen die eindelijk opdaagde. Scheel van de honger vroeg hij Jacob om een kom soep. Linzensoep, wat dacht je?
Voor iets hoort iets, zei de gemanierde, maar voor de rest ook zeer geslepen Jacob, ik zal je soep opwarmen, maar alleen als je afstand doet van je eerstgeboorterecht. Esau die, zoals gezegd, scheel van de honger was verkwanselde daar, op dat moment, zijn erfenis. De voedselproductie zou in de toekomst niet langer de wilde jager toebehoren, maar de tamme boer.
Deze historie, die in de Bijbel staat en dus gebaseerd is op waar gebeurde feiten, is 't verhaal van de neolithische revolutie, een omwenteling die 7.000 à 10.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Verwonderlijk is 't dus niet dat er nu haast geen Oostendse vissers meer zijn. Verwonderlijk is wel dat ze — jagers toch?! — het daarna nog zo lang uitgehouden hebben.
Flor Vandekerckhove



Een reactie plaatsen