zondag 3 januari 2016

Wat ik van Herman Moerman geleerd heb

En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij verdergaan.’ (Genesis 18:5)

— Herman Moerman (1930-2013) —
Wanneer een mens lang genoeg leeft, heeft hij niet één leven achter de rug, maar vele. In een van die levens woon ik in Gent, waar ik aan mijn bete broods kom als reclamechef van een distributieonderneming. In advertentiebladen plaats ik reclames en de uitgevers ervan sturen me bewijsnummers. Elke week ligt op mijn bureau een verse stapel gazetten, waarin ik mijn advertenties nalees en ook die van de concurrentie. Het bedrijf waarvoor ik werk heeft filialen in heel Vlaanderen en de reclamebladen komen van overal. Voor wat Oostende betreft is dat ‘het meest gelezen weekblad’ Tips.
Daarin staat in die tijd wekelijks een stukje dat cursiefje heet en nu wellicht column genoemd zou worden. De rubriek luistert naar de naam Tipsy en daarin heeft journalist Herman Moerman het telkens over Oostendse onbenulligheden. In Gent hebben die geen enkele betekenis, maar ze zijn wel heel mooi geschreven. Zo mooi zelfs dat ik er begin naar uit te kijken.
En zo komt het dat een plaatselijke journalist uit Oostende me in Gent een belangrijk inzicht bijbrengt. Hij leert me dat schone letteren niet per se grootse onderwerpen torsen. Iets wat buiten de Oostendse Kapellestraat niemand aangaat blijkt ook in Gent lezenswaard te zijn… gesteld dat ’t goed geschreven is.
U zult hiertegen inbrengen dat dit geen fameus inzicht is. Is dat niet wat Simon Carmiggelt in Amsterdam altijd gedaan heeft? Daar stapt hij de kroeg binnen, kijkt in ’t rond en schrijft er een stukje over, waaronder hij zijn pseudoniem Kronkel zet. Is dat niet hetzelfde als wat Tipsy doet? Toch niet. Over Amsterdamse belevenissen, hoe futiel ook, zoals deze in de roman De grachtengordel van Geerten Meijsing, lees je ook graag in pakweg Lapscheure. Een roman van Jan Bubbel, die zich in de Lapscheurse schorren afspeelt, daarentegen vindt gegarandeerd geen lezers in Amsterdam. In Bredene lezen we verhalen die zich in de straten van New York afspelen. In New York leest niemand een vertelling die in de Bredense Keerweg gesitueerd wordt.
Wie creatief wil schrijven over onbenulligheden van een uithoek moet tevreden zijn met de uitgevers van die uithoek. Da’s ’t leven. Zo iemand publiceert in literair onbenullige tijschriften, zoals het meest gelezen weekblad Tips. Het belet zo’n schrijver geenszins om kwaliteit na te streven, dat heeft Moerman me geleerd.
Ik sla er het Lexicon van de West-Vlaamse schrijvers op na: ‘Als redacteur, naderhand hoofdredacteur van het Oostendse Nieuwsblad van de Kust schreef hij zestien jaar lang een stukje dat hij met Rol Mops ondertekende. Werd nadien uitgever van het maandblad ‘De Kinkhoorn’ (1969-’76) waarin hij als Kor Nuit voor cursiefjes instond. Het meest gelezen werden zijn briefjes onder schuilnaam ‘Tipsy’ in het weekblad Tips (1974-’84).’ Op die manier zorgt Moerman ervoor dat hij kan doen waar hij goed in is: schrijven.
Met creatief schrijven is het als met alles, je leert het niet in een weekend. Daarover heb ik eerder al een stukje gepleegd en dat vind je hier. Je moet er vroeg aan beginnen en er lang mee doorgaan. Maar je weet hoe ’t gaat, tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Zelf heb ik lang gewacht, te lang wellicht. Ik heb getwijfeld tot ik een citaat lees van iemand wiens naam ik al lang vergeten ben. In mijn herinnering — en wellicht alleen maar daar — gaat dat citaat als volgt: ‘De schrijver stelt het schrijven uit, want hij moet eerst een diploma halen. Daarna trouwt hij en hij stelt het schrijven uit, want hij heeft eerst kinderen te voeden…’ Dat gaat zo een hele tijd door. De schrijver stelt het schrijven almaar uit, om dit, om dat en om weer iets anders, en het houdt niet op voordat de schrijver onder de tram loopt en daardoor aan zijn einde komt. En dan volgt een keiharde zin die zegt: ‘En dat is allemaal een gebrek aan talent.’
Wanneer je dat door de strot geduwd krijgt, dan twijfel je niet langer, dan ga je ervoor. En ervoor gaan, dat kun je overal, zo heeft Moerman me geleerd, zelfs in Het Visserijblad. Dank je, Herman.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten