dinsdag 20 september 2016

Een verhaaltje voor het slapengaan (II)

Een garnaalkruier verdrinkt bij het beoefenen van zijn hobby. Dat gebeurt wel meer, want de zee geeft en de zee neemt. Alleen ‘s mans kruinet wordt weergevonden, de drenkeling blijft vermist. Voor de nabestaanden is dat extra pijnlijk, want zolang er sprake is van vermissing blijft het geld van de levensverzekering achterwege.
Telkens het hoogwater is, en vooral bij springtij, trekt de vrouw naar het strand om te kijken of haar man niet aanspoelt. Telkens moet ze teleurgesteld naar huis terugkeren.
Op een dag gebeurt het. Op het strand spoelt een lieslaars aan. In die laars zit een halfvergaan mannenbeen. De echtgenote van de vermiste garnaalkruier wordt erbij gehaald. Zij herkent het been als zijnde dat van haar man. Ze zegt: ‘Ik zou zijn been uit duizend andere herkennen, ik mag doodvallen als dat zijn been niet is’. De mensen denken er het hunne van, maar de verzekering wordt uitbetaald. Het bedrag wordt door diezelfde mensen groot genoemd, zeer groot.
Net zoals dat hier gisteren het geval was, bestaan er, ook voor wat betreft het vervolg van dit verhaal, twee versies.
In de ene versie opent de weduwe met het verzekeringsgeld een viswinkel. Die bestaat vandaag nog steeds en wordt inmiddels al door haar kleindochter uitgebaat. Dat is de stichtende versie.
In de andere versie vertrekt de weduwe met het geld naar Argentinië, waar haar man, vermomd met snor en bril, haar opwacht. Die versie is minder stichtend, maar het koppel leeft daar wel nog lang en gelukkig. En rijkelijk.
Vindt u dat dit verhaal minder horror bevat dan dat over die bromfietser, het verhaal dat ik gisteren gepost heb? Dan hebt u zich nog niet de vraag gesteld van wie het been was dat in die aangespoelde lieslaars stak. U moet daar straks eens over nadenken. Maar eerst naar bed!

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen