maandag 26 september 2016

Ananas als kaakslag

— Noël Warmoes (muziek) en Flor Vandekerckhove (woord) treden op voor de senioren van het Brussels Ouderenplatform. —
In rechtse kringen — een beetje overal dus — is politieke correctheid een verwijt. Journalisten, progressieve politici en linkse rakkers wordt verweten dat ze dingen onbenoemd laten. Rechts is de mening toegedaan dat je rücksichtslos moet zijn, dat je een kat een kat moet noemen, ook als je daardoor op zere tenen trapt. Gesteld dat die zere tenen zich elders bevinden uiteraard.
Daar moet ik aan denken terwijl ik na een optreden naar huis rijd. Dat optreden heeft plaatsgevonden in een concertzaal waar 125 Vlaams-Brusselses senioren bijeenzitten. Zij hebben zich daar verzameld om er te komen luisteren naar mijn nieuwe vissersverhalen en naar de zeemansliederen van accordeonist Noël Warmoes.
Normaliter treed ik op in visserskroegen, wijkcentra, fondsen die de namen van Masereel of Vermeylen torsen, vrijzinnige kringen, vakbondshuizen… Nooit word ik eens gevraagd door het Davidsfonds, het Verbond van Katholieke Werkgevers of het Brussels Ouderenplatform.
Laatstgenoemde heeft dat nu toch gedaan. Het is na dat optreden dat de term politieke correctheid zich in mijn gemoed nestelt.
Omdat ik daar niet voor eigen kerk preek, heb ik me goed voorbereid. Al te West-Vlaamse finesses heb ik doorgestreept en schunnigheden zijn tot een absoluut minimum beperkt.
Op het spreekgestoelte liggen merkwaardige rekwisieten: kelk, kruisbeeld, soutane… De tekenen liegen niet. Een pastoor is me voorgegaan en hij heeft op die plek de mis opgedragen. De schrik slaat me om het hart. Dat betert niet wanneer ik het publiek zie. Ik ontwaar goedgeklede senioren uit de hogere middenklasse, Brusselse Vlamingen die taal & cultuur minnen, burgers die langer leven dan arbeiders…
Maar kijk, het gaat wondergoed. Ze lachen waar er moet gelachen worden en roepen Oh! wanneer er kwajongensstreken ter sprake komen. Welgestemd vat ik het laatste verhaal aan. Dat is zo’n beetje mijn hit. Daarom ook sluit ik er altijd mee af.
Ik ga dat verhaal hier niet samenvatten. Wie het wil lezen vindt het hier. Wel dien je te weten dat het publiek op ’t einde luid ANANAS! roept.
Zo sluit ik ook nu weer af. 'En zo komt het, geacht publiek’, zeg ik uiteindelijk, ‘dat je in het visserskwartier ook vandaag nog de vraag hoort stellen… Je hoort het in portieken en achterkeukens, in zolderkamers en kelders, in eetkamers en in kamers voor reizigers, in feestzalen en vooral in eetgelegenheden… Je hoort de vraag stellen: meloenen of ananas? En vervolgens hoor je hoe het antwoord hoog boven de daken stijgt en zich verspreidt over de stad… Het antwoord dat ook wij nu luid laten weerklinken en dat luidt…’. Dat is het moment waarop de zaal het uitschreeuwt: ANANAS!
Maar niet nu, niet hier. De zaal blijft oorverdovend stil. Het enige wat volgt is een beleefd applausje. Ah, denk ik eerst, je kunt niet elke keer prijs hebben, ’t zal met hun leeftijd te maken hebben.
Wanneer ik naar huis rijd denk ik er al anders over. In dat verhaal eigen ik me oude leuzen van het Katholieke Vlaams-nationalisme toe. Walen buiten! wordt Hoeren naar buiten!; In Vlaanderen Vlaams! wordt In Spaanderen Spaans!; Suenens of Barabas?! wordt Meloenen of Ananas?!… De flamingante senioren uit Brussel hebben die toe-eigeningen als een kaakslag ervaren. Ik heb op zere tenen getrapt, ik ben niet politiek correct geweest.
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen