woensdag 14 september 2016

Het tijdschrift Vivaldi

— Yvon Kermarrec maakte mooie karikaturen. Deze heette
'Perestrojka nu ook in de Noordzee'. De prent stond op de cover,
nr 1, 3de jaargang, van het tijdschrift Vivaldi. —
je moet je leven documenteren; agenda’s bijhouden, krantenknipsels, foto’s, dagboeken, brieven, prullaria, kattebelletjes, cinematickets… Je moet dat allemaal in dozen gooien en je moet die dozen daarna op de kleerkast zetten. 
Daarvan probeer ik ook mijn kinderen te overtuigen. Ooit komt de tijd, zeg ik hun vaderlijk, waarop je je afvraagt wat het allemaal te betekenen had. Wel, het antwoord, zeg ik hun daarna, zit in die dozen.
Het is in zo’n doos dat ik de verfrommelde kaft van een tijdschrift vind en een krantenknipsel dat over dat blad gaat. Daardoor weet ik dat het eerste nummer ervan in 1988 verschenen is: ‘Bezieler is Flor Vandekerckhove, redacteur van Het Visserijblad. Het sober uitgegeven nummer van Vivaldi telt 22 bladzijden. Het wordt bijna volledig ingenomen door twee verhalen van Vandekerckhove (…) In het tweede verhaal, De gouden duif, rekent hij af met zijn verleden als trotskistisch militant. Tot slot zijn er nog twee gedichten van de dichter Frank Decerf en twee tekeningen van de Oostendse kroegbaas Yvon Kermarrec.
Dit citaat vraagt, dat begrijp ik wel, om enige verduidelijking.
Vivaldi verwijst minder naar de componist dan wel naar een café met die naam, dat het tijdschrift sponsorde. Het verhaal van dat trotskistisch verleden — wellicht mijn eerste verhaal — kunt u nog lezen, want dat werd ook in De Brakke Hond opgenomen en die hond heeft het, hier, in de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren vereeuwigd.
Vivaldi had een katern dat Kamers voor reizigers heette en waarin gasten aan bod kwamen. De krant herinnert me eraan dat de gasten van het eerste nummer Frank Decerf en Yvon Kermarrec waren. Over die eerste durf ik me niet te uiten, dat heb ik hier al uitgelegd. Over wijlen Yvon Kermarrec wil ik al langer iets schrijven. En dat is wat ik nu ga doen.
In die tijd was ik het noorden kwijt, want de breuk met het trotskisme had er stevig ingehakt. Ik had twee minnaressen, woonde in twee steden en leefde op twee adressen. Op het ene was ik een familievader, Vanaf het andere smeet ik me in het nachtleven. Samen met u vraag ik me af hoe ik dat voor elkaar kreeg.
In dat nachtleven leerde ik Yvon kennen. Op de Oostendse Oosthelling — de rampe — baatte hij een nachtclub uit die toepasselijk The Club heette. Ik ontmoette er bourgeois die overdag de dienst uitmaakten en zich ’s nachts eens goed lieten gaan. De wereld van de bobo’s ging voor me open.
— Yvon Kermarrec (° 2 aug. 1940 - † 3 jan. 2001.) — 
Mag ik hen zo noemen, bobo’s, bourgeois bohêmes? Op ‘t net vind ik een omschrijving. ‘In de leefwereld van de bobo zijn de tegenstellingen versmolten. Bobo's zijn bijvoorbeeld snoeiharde carrièremakers die zich niettemin maatschappijkritisch opstellen. Ze stemmen links en denken rechts, of andersom. Ze zien inconsequent gedrag niet als een probleem maar als een levensstijl.’
Ja, dat was het volk dat ik daar leerde kennen. Ik moest er, eerlijk gezegd, niet veel van hebben. Maar met Yvon Kermarrec — misschien wel de opperbobo — werd ik toch bevriend. We deelden dingen. Ik leende mijn naam aan de bedrijfsstructuur die zijn nachtclub uitbaatte en hij fikste de sponsoring van Vivaldi. Ik leidde een tentoonstelling in van zijn tekeningen en hij stimuleerde me in mijn ontluikende schrijverschap. Hij liet me de nacht kennen en ik schreef er verhalen over.
Ik zag Yvon graag, maar onze vriendschap kon niet blijven duren. Mateloos als ik ben, was ik me in de vernieling aan ’t rijden. Wilde ik overleven dan moest ik drastische keuzes maken. Ik bande de alcohol uit mijn leven en café Vivaldi stopte de sponsoring. Ik koos voor de dag en liet de nacht aan Yvon en de zijnen.
Ik heb ze nadien nooit gemist, de zijnen, maar aan Yvon Kermarrec denk ik nog altijd met liefde terug. Vandaar ook dat ik al lang iets over hem wil schrijven, een kleine herinnering aan die twee, drie jaar waarin we waarlijk maten geweest zijn.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen