dinsdag 27 september 2016

Navolger

— Ik ben een navolger van A.L.Snijders (foto). Ik ben nu aan 't sparen om
me ook zo'n tractor — een Snijdersmobiel — aan te schaffen. — 
Harelbeke heeft een vrijzinnig centrum dat De Geus heet. Dat herbergt een gelijknamige kunstkring en die geeft Art 04 uit, waarin ‘beeldend werk een even belangrijke plaats inneemt als het geschreven woord.’ (*)
Naast veel anderen lever ook ik daar regelmatig enige geschreven woorden af. Dat is ook nu weer het geval.
Het redactioneel trekt mijn aandacht: ‘De navolgers van A.L.Snijders worden steeds talrijker. Eerst was er Flor Vandekerckhove, met zijn zeer korte verhalen. Lev Wehmutt kijkt nu ook die kant uit, zij het met iets minder korte stukjes. In dit nummer brengen wij voor het eerst één van de flitsverhalen die Monika Macken schreef bij foto’s van haar zoon, Fred Lo Cascio. (Meteen heeft Monica een nieuwe naam voor de zeer korte verhalen. Dat zal Flor plezieren).’
Of flitsverhalen een nieuwe naam is kun je zelf nagaan, want hier heb ik vroeger al de vele benamingen van het genre opgelijst.
Ik vermoed dat het hard zoeken is naar schrijvers die zich graag navolger horen noemen, maar zelf heb ik geen bezwaar. In de pikorde van het schrijversgild sta ik helemaal onderaan. In de wielrennerij zou ik een kermiscoureur zijn, in de bouw een klusser, in de politiek een trotskist… Een mens moet zijn plaats kennen en daar moet hij er het beste van proberen maken.
De zeldzame keren dat mijn stukjes het niveau van A.L.Snijders halen behoren tot de gelukkigste momenten van mijn schrijversbestaan. En wat ik van de meester ook leer is dat je gul moet zijn met je teksten. Regelmatig laat hij gratis een verhaal in mijn mailbox vallen, net zoals ik dat ook bij jou kan doen. Je kunt je daarvoor inschrijven in het vakje dat rechts van deze tekst staat.
Twee weken geleden heeft Snijders me het verhaal Nachtportier gestuurd. De vrouw van een fietsenmaker trekt jaarlijks naar een hotel waarvan ze de nachtportier goed heeft leren kennen.
Deze week stuurt hij me Supermarkt. Daarin licht hij een tip van zijn vakmanschap op. Nachtportier is, zegt hij, ‘zoals altijd deels verzonnen deels waarheid. Het fietsenechtpaar is verzonnen, de nachtportier niet, hij behoort tot de werkelijkheid.’
De twee verhalen tellen samen maar 400 woorden. Ik heb er al 370 nodig om nog maar tot hier te fietsen. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.
Flor Vandekerckhove

(*) Wie er in een mailtje om vraagt krijgt wellicht wel een proefexemplaar toegestuurd: pier.bossuyt@gmail.com


Een reactie plaatsen