donderdag 1 september 2016

Lookalikes van Bakelandt

— Van links naar rechts: Freddy De Vadder (Bart Vanneste, °1970), Lodewijk Bakelandt (1774-1803) en Eddie Vedder (°1964). —

Enkele dagen geleden bracht ik hier verslag uit van een mislukte wandeling die me naar ’t Vrijbos had moeten voeren. Daardoor had ik ook weer aan Bakelandt moeten denken, de bendeleider die in dat bos actief was, althans volgens de legenden die pastoor Huys (1829-1905) in zijn boek (*) had opgeschreven.
Daarin staat een beschrijving van de roversbaas: ‘Niet al te groot, maar wel gemaakt, sterk van lidmaten en vaste op zijn beenen. Met betere manieren dan de overige zijner bende, had hij nogthans geheel het wezen zijner makkers : kleene oogskens pinkelden in zijn hoofd, onder groote wenkbrauwen, en diepe rimpels, gelijk van iemand die altijd misnoegd of vergramd of ongerust is, teekenden op zijn voorhoofd, tusschen de bloedaders die, redelijk straf uitkomende, hem een vreselijk uitzicht gaven.’
Is het verwonderlijk dat ik daarbij aan het typetje Freddy De Vadder moest denken? Neen toch.
Dat beeld van De Vadder hield nu geen stand meer. Op de website van De Standaard had ik een filmpje gezien waarin hij een optreden stillegt om een wildeman uit de zaal te laten zetten. Die daad was zo tegenstrijdig met zijn imago dat de gelijkenis met Bakelandt als een zeepbel uit elkaar spatte.
— (*) Baekelandt, of de Rooversbende
van het Vrybosch. Eerste druk 1860.
Gent, uitgeverij Amand Neut. 357 ps. —
Ik vertelde het mijn vriendin, die daar hard om moest lachen. Zij had dat filmpje ook gezien, zei ze. De man die de boel had laten stilleggen noemde zij evenwel Eddie Vedder. Daar had mijn Vadder niets mee te maken, zei ze. En maar lachen.
Freddy, Eddie, Vadder, Vedder… Mij lijkt het een begrijpelijke vergissing te zijn. Toch voor iemand, als ik, die van al die dingen niets afweet. Ja, het was mij wel opgevallen dat De Vadder die mens in ’t perfect Amerikaans de deur wees, maar… En mijn vriendin maar lachen. Neen, ik had niet opgemerkt dat de omvang van het publiek de aantrekkingskracht van mijn Vlaamse Vadder ruimschoots overschreed. En zij maar lachen. Nogmaals neen, van die Eddie had ik nooit eerder gehoord. En zij maar lachen.
Ah, er is een tijd geweest waarin ik wekelijks Humo las. Ik ben daar, lang geleden al, mee opgehouden. Het blad bracht hoe langer hoe meer verslag uit van mensen, programma’s, optredens en andere evenementen waar ik me niets bij kon voorstellen. Dat afhaken heeft van mij, zo moet ik nu toegeven, een wereldvreemde mens gemaakt. Net als Bakelandt ben ik een relict geworden. Het is dan ook niet meer dan passend dat ik dit stukje afsluit met de woorden waarmee ook pastoor Victor Huys zijn Bakelandtboek beëindigt: God betere ’t al !
Flor Vandekerckhove

P.S.: Het filmpje in kwestie kun je hier bekijken.
Een reactie plaatsen