dinsdag 13 september 2016

Houthakkers


DE HOUTHAKKERS WAREN op een enorm bos gestoten. Ze kapten en kapten en toen ze de helft van dat bos weggekapt hadden ontstond er wrevel. De mannen stuurden Miel naar de voorman om hun grieven kenbaar te maken.
'Allemaal goed & wel', zei Miel tegen de voorman, 'we hebben nog nooit zo’n grote stapel bijeen gekapt. Die krijgen ze in de stad nooit opgestookt.' De voorman, antwoordde: 'Dat zegt ge omdat ge niet weet hoe streng de winter zal zijn.' Hij had een punt. 'Maar', antwoordde Miel die niet op zijn mondje gevallen was, 'gij weet dat evenmin. Het weder is een grote onbekende. We gaan geen boom meer kappen vooraleer we een degelijke weersvoorspelling hebben.' De mannen begonnen te kaarten en de voorman krabde in zijn baard.
Een gids vertelde hem over een indiaan die het weer kon voorspellen. Die oude wijze woonde bovenop de top van de hoogste berg. De voorman zadelde zijn paard en reed naar de indiaan, een tocht van vele dagen, door berg en dal. Daar vroeg hij, na enige plichtplegingen, of het een strenge winter zou worden. De oude, wijze indiaan legde zijn hand boven zijn ogen om het zonlicht af te schermen, keek over de vele bergen heen, staarde in de verte, mompelde iets en zegde vervolgens: 'Ugh, het zal voorwaar een harde winter worden.' De voorman gaf zijn paard de sporen en ijlde terug naar de houthakkers. 'Aan de slag', riep hij, 'het zal een harde winter worden.' De mannen namen de bijl weer ter hand en kapten nog een kwart van dat bos weg. Waarop de wrevel zich herhaalde, Miel weer naar de voorman ging en de voorman weer zijn paard zadelde en weer die indiaan ging opzoeken.
Weer legde de wijze een hand boven zijn ogen, weer keek hij in de verte, weer mompelde hij iets, maar nu zegde hij: 'Ugh, het zal een extreem harde winter worden, extreem hard.' De voorman ijlde weer naar de houthakkers. 'Het zal een extreem harde winter worden', zegde hij, 'extreem hard.' De mannen namen de bijl weer ter hand en kapten nog een stuk van het bos weg. Toen daar nog maar enkele tientallen bomen restten herhaalde de wrevel zich, want de laatste loodjes enzovoort… Waarop de voorman weer zijn paard zadelde. Weer legde de wijze indiaan een hand boven zijn ogen, weer keek hij in de verte, weer mompelde hij iets, maar nu zegde hij: Ugh, het wordt ongetwijfeld de hardste winter die het land ooit gekend heeft.' 
De voorman zei nu: Maar chef, kunt ge mij ook uitleggen hoe ge weet dat het de hardste winter ooit zal zijn?
'Wel zeker', antwoordde de oude wijze man, 'ik zal het u tonen. Ze legden nu beiden een hand boven de ogen om de zon af te schermen. 'Kijk, zo weet ik dat', zei de indiaan en hij wees in de verte: 'Ziet ge ginder ver die houthakkers…'

Geen opmerkingen: