zaterdag 31 december 2016

Waar je vis in ’t zwart kunt kopen

Maar weinig lezers van De Laatste Vuurtorenwachter weten dat ik nóg een blog heb. Die heet Het Voorlaatste Visserijblad. Enkele dagen geleden heb ik daar een tekst gepost die nogal wat ophef teweegbrengt.
Een journalist vraagt me of de kwestie met de verkoop van vis in ’t zwart te maken heeft. Vis in ’t zwart? Ooit heb ik daar onderzoek naar gedaan.
Omdat ik daar toevallig moest zijn startte dat onderzoek in de vismijn van Nieuwpoort. Daar legde men me uit dat het wel meeviel met het vermeende zwarte circuit, maar, zo zei men, in Oostende was dat toch wel anders.
Dus trok ik ’s anderendaags naar de vismijndirecteur en vroeg hem hoe het in Oostende zat. Hij zei me dat het vroeger inderdaad wel vaak gebeurde, maar dat het nu voltooid verleden tijd was. In Zeebrugge daarentegen…
In die tijd spraken de bazen van die Zeebrugse Visveiling nog met me en onder het nuttigen van een koffie weerlegden ze de Oostendse bewering. Er bestond wel degelijk een zwart circuit, zo heette het daar, maar dat bevond zich in Breskens.
Breskens ligt niet zover in Nederland en ik reed er dezelfde dag nog heen. Maar ze wisten er van toeten noch blazen en ze raadden me aan om eens in Vlissingen te informeren.
Daar had ik die dag geen tijd meer voor, maar ik nam me voor de zaak uit te spitten. Ik trok er een week voor uit, vulde een plastic zak met vers ondergoed en startte mijn Lada, want in die tijd bestond dat automerk nog.
In Vlissingen bleek geen zwart circuit te bestaan dat die naam waardig was. Maar ik kreeg er wel een tip: Scheveningen.
Aan het strand van Scheveningen hoorde men het in Keulen donderden. Zwart circuit? Den Oever zal je bedoelen. En in Den Oever wees men in de richting van Colijnsplaat. Die lieten me terugkeren naar IJmuiden, waar het, volgens de vissers van Colijnsplaat toch, echt de pan uitswingde.
Ik kende de directeur van die veiling persoonlijk. Een toffe kerel, die me in vertrouwen nam en zei dat ik mijn licht moest opsteken bij zijn grote concurrent, de vismijn van Urk.
In Urk haalde men er de bijbel bij. Neen, ze ontkenden niet dat er zo’n circuit  bestond, want dat zou gelogen zijn, maar ik zocht het wel op de verkeerde plaats. Waar moest ik dan zoeken, vroeg ik hen. Het antwoord staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ze zegden: ‘Heb je ’t al in Nieuwpoort geprobeerd?'

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten