woensdag 14 december 2016

Over het hoofd en de benen

Peter Ampe leer ik kennen terwijl hij zijn eerste stappen in de schrijverij zet. Hij doet dat als reporter van Tips, een reclameblad dat zichzelf het meest gelezen weekblad noemt. Daarnaast schrijft Peter verhalen en gedichten. Manga, die ook mijn uitgever is, geeft Ampes eerste dichtbundel uit, Romeins mozaïek. Dat geschiedt in 1991.
Een wijle later gebeurt dit: de echtgenote van onze gemeenschappelijke uitgever ontvliedt het echtelijke dak, waardoor ’s mans ondernemingsdrift danig bekoelt. De uitgeverij houdt op te bestaan. Ampe blijft met een onuitgegeven dichtbundel zitten en ik met een novelle.
Het is niet mijn eerste negatieve ervaring met een uitgever en ik richt De Lachende Visch op, die mijn werk voortaan in omloop zal brengen en ook enkele andere boeken die door de trapatsen van de schuinsmarcherende uitgeversechtgenote in de schuif blijven liggen. Een ervan is De Oostendse kapers van Walter Debrock en ik denk dat de naam van De Lachende Visch ook voorkomt op Ampes tweede dichtbundel. Aan dat laatste twijfel ik een beetje, want ja, ’t is lang geleden.
Hoe dan ook, Peter Ampe blijft niet schrijven voor het meest gelezen weekblad, maar hij blijft wel in de reclamesector. Met veel succes overigens. Hij wordt een van de meest bekroonde Belgische reclamemakers genoemd en werkt nu als creatief directeur van het reclamebureau DDB Brussels.
Sindsdien heb ik hem niet meer gezien, maar in die tijd kruisen onze paden zich regelmatig terwijl we aan ’t joggen zijn.
Ik herinner me een ontmoeting in de Duinbossen van De Haan. Ik heb mijn kilometers gemalen op ’t moment dat Peter er aan begint. We hebben het daar even over creativiteit & joggen en we zijn het er over eens dat het tweede het eerste bevordert.
We zijn daar uiteraard niet alleen in. Ik heb hier eerder al een stukje gepost over een Japanner die het er ook over heeft.
Ik verneem nu dat ook Peter daar een boek over publiceert, in ’t Engels nog wel: ‘Ik heb altijd graag gelopen’, vertelt Ampe. ‘En heb zowat alle officiële afstanden gedaan, van de 60 meter indoor tot de marathon. Maar om eerlijk te zijn, de laatste jaren loop ik niet meer om tijden te verbeteren. Dat heeft me een pak andere positieve elementen leren kennen van het lopen. Ik vroeg me altijd af of ik de enige was die dit ervoer. Maar bij navraag bleken ook andere creatieven hetzelfde fenomeen te ondervinden. Er waren ook evenveel lopers die beweerden dat lopen totaal geen ideeën opwekte. Maar ook daar is een goede reden voor: de ideeën komen pas als je aan de juiste snelheid loopt. Die snelheid is voor iedereen anders, ook dat wordt helder uitgelegd in het boek.’ Het is allemaal waar. En wat ook waar is, zo heb ik toentertijd kunnen aanschouwen: bij mij ligt die snelheid een pak lager dan bij Ampe.
Wie het nog trager doet dan ik — die zijn er ook, al zijn ze zeldzaam — hoeft niet te wanhopen, want wat Peter Ampe over het hardlopen zegt, beweert Rebecca Solnit hier even overtuigend over het wandelen.
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen