donderdag 2 november 2017

Daar in de veldkapel


‘Zegt u gewoon maar in uw eigen woorden welke feiten er gepleegd zijn,’ zei de politieman, ‘en begin bij het begin, zodat we meteen alles hebben.’
‘Ja,’ zei ik, ‘De gepleegde feiten… Hoe begin je aan zoiets?’ Ik keek naar de muur, als zocht ik daar de juiste woorden.
Wat kon ik zeggen? Was het voorbestemdheid? Toeval? Godswil? In elk geval was het zo dat we naast elkaar in de veldkapel zaten, de non en ik. Het zonlicht werd door het glasraam gebroken en het rook er naar vermolmd hout en gedoofde sigaretten. We hoorden elkaars adem, we voelden elkaars warmte en er hing een aangename spanning in de lucht.
Kon ik zeggen dat haar nonnenkleed opeens omhoog begon te kruipen? En kwam dat doordat ik mijn hand op haar knie gelegd had? (Me too?) Of was het omgekeerd en legde ik mijn hand op een al naakte knie? Kon ik zeggen dat haar ogen wazig werden? Kon ik zeggen dat haar bleke dijen op den duur zichtbaar werden? Hoe verwoordt een mens zoiets als het in een proces-verbaal terecht moet komen?
‘Het was iets religieus’' zo stak ik uiteindelijk van wal. ‘Het was, denk ik, een soort mirakel. Ja, zo heb ik dat ervaren: als een mirakel.’  Ik stopte even zodat de man mijn woorden kon noteren.
Ik ben niet gelovig, maar ik was toch erg aangedaan door het aanschouwen van het wonder dat zich voor mijn ogen openbaarde. Het maakte grote indruk op me en ik was zelfs de bekering nabij. Juist op het moment dat ik in aanbidding op mijn knieën zonk, trokken haar medezusters bruusk de deur open.' Weer wachtte ik enige tellen.
‘Ze stormden ogenblikkelijk en verschrikt weer naar buiten en sloten de deur, zodat de non en ik samen in de veldkapel opgesloten zaten. De nonnen bleven de deur barricaderen en ze maakten veel misbaar.’ Weer wachtte ik tot de inspecteur mijn getuigenis had uitgetikt.
‘De non en ik zijn daar sprakeloos blijven zitten tot uw collega’s ons ontzet hebben. Eerst voerden zij de non weer naar haar klooster en toen brachten ze me naar hier.’
De politieman las mijn verklaring voor en ik tekende. Daarna begeleidde hij me naar het schavot waar ik de rest van de dag aan de schandpaal te kijk gezet werd. Gelukkig was het zacht weer voor de tijd van het jaar.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten