vrijdag 24 november 2017

Hoe oma’s planning me danig in de war brengt


Oma ziet er levendig uit. Haar herstel verloopt voorspoedig, het verblijf in de kliniek heeft haar zichtbaar deugd gedaan. En ze is bijzonder ondernemend geworden. ‘Van zodra ik hier weg mag’, zegt ze, ‘ga ‘k een zomerappartement aan de kust huren en daar ga ik veertien dagen lang genieten van zee, strand, zon.’
Dat is een beetje vreemd, want oma heeft een eigen huis aan zee. Samen met opa woont ze in Bredene. Daarom vraag ik haar waar ze dat appartement dan wil huren.
‘In Wenduine’, antwoordt ze, ‘Da’s ver genoeg om een vakantiegevoel op te wekken.’
Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik begrijp wel dat het haar goed kan doen om eens uit het eigen huis weg te zijn, en ’t is waar, je hoeft geenszins naar het einde van de wereld te reizen om van een vakantie te genieten. Toch vind ik het een beetje vreemd, vooral omdat ik haar in die planning niet herken.
‘Opa is er dan wel nog wel niet, die komt pas over een week thuis, maar dan rest ons nog een hele vakantieweek; dat zal hem goed doen.’
Is opa niet thuis? Ze vult spontaan mijn onwetendheid in: ‘Hij zit nog steeds in Israël, maar lang zal dat nu niet meer duren.’
Israël? Zo ver! En op zo’n hoge leeftijd! Ik durf er verder niet naar te vragen.
Ze stapt met me mee tot aan de wagen die op de parking van het ziekenhuis staat. Ze zegt nog dat ze trots op me is, dat ik mijn ouders de groeten moet doen, en ze zwaait me na tot ik van het ziekenhuisterrein weggereden ben.
Op de terugweg denk ik na over wat ik zojuist beleefd heb. Wat een vreemde ervaring! En terwijl ik de stad verlaat valt het me te binnen dat oma al vele jaren geleden overleden is. Opa trouwens ook. En mijn ouders eveneens. Terwijl ik voor een stopteken sta te wachten herinner ik me dat ik mijn auto al vele jaren geleden verkocht heb.
Hoe vreemd is dit alles! Ik kijk in de achteruitkijkspiegel en herken mezelf niet in de man die achter het stuur zit.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten