vrijdag 16 maart 2018

Herinneringen aan Nathalie

Nu zit ik in mijn zetel, maar enkele dagen geleden zat ik op een bank in Toulouse. Hier probeer ik onderstaand stukje te schrijven, maar toen zat ik daar in een stadspark, van ’t zonnetje te genieten. Nu overlees ik enkele impressies betreffende die stad, maar toen was ik ze nog aan ’t opschrijven: zuiders, paardenmolens, bedelaars op blote voeten, mannen in korte broeken…
De vrouw die me opeens indringend aankeek droeg geen korte, maar een lange spannende broek, zwart leer. Of ze naast me mocht zitten?  Uiteraard, zei ik, want dat is mijn persoonlijke bank niet. Dat vond ze sympathiek.
Ik voegde er maar meteen aan toe dat mijn Frans niet goed genoeg was om een gesprek te voeren. Waarop ze in ‘t Engels beweerde dat ze in mij een artiest herkende. Ik zei dat ik evenmin veel Engels sprak, wegens Nederlandstalig, en toen vroeg ze me in mijn eigen taal of ze me een sigaret mocht aanbieden.
Waardoor we in drie talen tegelijk een gesprek aanknoopten, de jonge dakloze (want dat was ze) Nathalie (want zo heette ze) en ik, een sympathiek ogende artistiekeling uit West-Vlaanderen. Op een bank in Toulouse!
Tegen de tijd dat mijn vriendin me van die bank kwam weghalen wist ik dat Nathalie haar Nederlands uit Amsterdam had meebracht. Daar had ze in een bordeel een pedofiel vermoord, waardoor ze in Nederland lang genoeg had moeten brommen om een en ander van de taal te leren. Hoe meer ze me vertelde, hoe minder moeite het me kostte om de joint te weigeren die ze met me wilde delen.
Ik stelde ze aan elkaar voor, Nathalie en mijn vriendin, en toen we afscheid namen vroeg Nathalie nog gauw een weinig geld. Daar kon ik haar niet in tegemoet komen, want ik had mijn portefeuille aan mijn vriendin meegegeven, wat waar was. Die legde Nathalie met de glimlach uit dat ze tijdens ‘t shoppen al mijn geld had opgebruikt. Dat was een leugentje, en meer nog dan eentje om bestwil, was het een erg nuchtere reactie.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten