WIE VAN HIER naar Santiago de Compostela stapt, moet dat doen, vind ik, via Sint-Jacobskapelle↗︎. Daar stap je in de voetsporen van De pelgrim, die langs de weg geduldig op je wacht. Op zijn borst hangt de jakobsschelp, symbool van de Camino↗︎. Ik vermoed dat je vervolgens van standbeeld naar standbeeld kunt trekken, tot in Santiago zelve, bijvoorbeeld als je ’t via Castres doet, waar ik naast weer een andere pelgrim sta. Op die sokkel lees ik: ‘La sculpture de Roger Arène reprend le thème du pèlerin affrontant le vent d’Autan sur la route du chemin d’Arles vers Compostelle.’ Zo statig de pelgrim van Malfait in Sint-Jacobskapelle schrijdt, zo dynamisch doet deze van Arène het in Castres. Er is nog een reden om ’t via Sint-Jacobskapelle te doen: het is een wreed schoon dorpje. Dat vindt ook Guido Gezelle die ’t in 1868 als volgt formuleert: ‘Sint-Jacob heeft zijnen name gegeven aan een der liefelijkste, christelijkste, en bijgevolg, gelukkigste parochietjes van geheel ons bisdom, ‘k wil spreken van Sint Jacobs Capelle ter Boone, of kortweg Sint-Jabobs in Veurneambacht. Het kerksken ligt vlak in de weiden, eene sterke halve ure gaans van Dixmude, en in het schilderachtigste en bekoorlijkste oord dat men vinden kan.’
Van Compostela naar
huis in één lange zin

Geen opmerkingen:
Een reactie posten