woensdag 6 april 2016

Krijt op tijd

Biljartkampioenschappen in café Monaco (thans ‘t Zeetje) Bredene. Op de bovenste foto is Robert Vansieleghem de kampioen. Op de onderste is dat Marcel Vandekerckhove. (1) meester Carette; (2) Cafébaas Vanderkinderen; (3) Gilberte Vanderkinderen, dochter van de caféuitbaters; (4) slager Pros Annoot; (5) Misschien schoenmaker Frans Vandevelde; (6) Robert Vansieleghem; (7) wellicht Remi Portier; (8) Camiel Rousseau ; (9) Daniël Vermeersch; (10) Jerome (Justin) Dekuyper; (11) Marcel Vandekerckhove; (12) Georges Cornelis; (13) Mongsje Vanderkinderen; (14) beenhouwer Jerome Stroobant; (15) Alice Vandekerckhove; (16) Henriette De Clercq; (17) Rachel Vandamme, echtgen. Daniël Vermeersch; (18) Julia Huyghebaert; (19) Ginette Meeschaert, nicht van Gilberte (nr 3); (20) François Ronquetti; (21) Georges Rosseel; (22) ?

Vlak voor het onmogelijk wordt probeer ik nog een aantal namen te kleven op foto’s uit het familiearchief. Soms gaat dat moeizaam, soms gaat het vlot en deze keer gaat het verbazend vlot. Enkele dagen geleden ga ik met nauwelijks vier namen van start en nu kennen we al de meeste mensen die op die foto’s staan. Bron van informatie is ook nu weer tante Alice geweest, de oudste zus van mijn vader, die via haar dochter Nadine regelmatig foto’s toegeschoven krijgt. Ook Roland Van Loo, zoon van wijlen Wardje de vismarchang, is hoe langer hoe meer een grote hulp.
Er bestaat in die tijd, zo heeft veel over en weer geschrijf me geleerd, een biljartclub in café Monaco, thans ’t Zeetje. Hoe die club heet, weet ik niet, maar het zou Krijt op tijd kunnen zijn, een naam die veel biljartclubs torsen. Die naam is tegelijk een regel, want het spreekwoord zegt: ‘Zonder een goede pomerans, maakt zelfs een perfecte stoot geen kans.’ Ja, dat is waar.
Onderaan plaats ik een foto van mijn vader als kampioen van die biljartclub. Het is dezelfde die beide meiden op bovenstaande foto demonstreren. In mijn kindertijd roept die foto veel vragen bij mij op. Daar zijn verscheidene redenen voor. Ten eerste herinner ik me niet dat ik mijn vader ooit heb zien biljarten. Wat toch eigenaardig is voor een oud-kampioen. Ik ben als kind wel sterk onder de indruk van mijn vaders kunnen, maar een biljartkampioen heb ik toch nooit in hem gezien. Ten tweede zie ik dat zijn schoonbroer, nonkel Robert, ook over zo’n kampioenenfoto beschikt. Twee biljartkampioenen in zo’n kleine familie, is dat niet verdacht veel? Ook Robert heb ik trouwens nooit ofte nimmer weten biljarten. Ten derde valt het mij op dat veel speelkameraden thuis ook zo’n foto staan hebben, maar dan van hun vader. Het ziet ernaar uit dat Bredene een kweekvijver van biljartkampioenen geweest is.
Misschien, dacht ik, was er een soort beurtrol, want het waren tenslotte allemaal makkers. Misschien werd er onder het bordje ‘Verboden te pikeren’ afgesproken dat het eens de beurt aan Marcel was om kampioen te spelen. Hele knappe biljarters deden dan alsof hun pomerans uitgedroogd was of dat ze die dag koude handen hadden. Of ze beweerden dat het door het nieuwe laken kwam of door de lichtinval. Redenen te over, want op het internet vind ik (hier) een site waarop 261 redenen staan die gebruikt kunnen worden om te zeggen waarom iemand een carambole mist. De beste vind ik deze: ‘Volgens mij is de veerkracht uit de ballen.’
Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen