Ik leer Bob in 1988 kennen als uitbater van Au Chicon, restaurant dat ik hier al vermeld. Bekendheid verwerft
hij als uitvinder van een witloofkookpot die gedurende een korte wijl, onder de wervende merknaam Cuistot, de markt
bestormt.
Omdat de producenten van kookpotten niet erg in zijn product geloven,
doet Bob het allemaal zelf. Hij neemt een wereldwijd patent, wat enigszins overdreven
is, want er zijn maar weinig contreien waar witloof gekookt wordt. Vervolgens
schooit hij geld bijeen om de ongelovige producenten te betalen die zijn
Cuistot willen produceren. En hij zet een systeem van thuisverkoop op punt, waaraan
Tupperware een punt kan zuigen.
Ik bespaar u de promotionele activiteiten, dit moet
kort blijven, maar weet dat ze in een indrukwekkend feest culmineren dat twee
(!) tenten nodig heeft om al de genodigden te herbergen. Herauten van
de vrije markt komen op het podium woorden te kort om de pot van Bob te
bezingen. Er is een showorkest en we dansen de pannen van het dak. Bob en zijn echtgenote gaan ons
in de dans uiteraard voor. Ze doen dat op de tonen van New York New York, hit van de heer Sinatra
Frank: I
wanna wake up, In a city that doesn't sleep. Met dat feest had de bestorming van de markt zijn hoogtepunt bereikt. Alsmede
zijn eindpunt.
Achteraf probeert Bob nog eens de markt te veroveren. Deze keer met
paletten uit materiaal waarmee ook NASA-raketten gemaakt worden. Beresterk! Bijna weet hij daarmee Freddy
Heineken te overtuigen. Bijna.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten