IN ’T DONKER loop ik via de steenweg
weer naar huis. Regen, koud. Aan hoge snelheid rijden auto's vlak naast me door diepe plassen en tegen de tijd dat ik thuiskom ben ik doorweekt, smerig, moe, verkouden en niet meer aan te spreken. Op zo'n momenten haal ik troost uit de pot mosterd in m'n keukenkast. Op het etiket staat: ‘Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat
iemand nam en in zijn akker zaaide; het is het kleinste onder alle zaden, maar
wanneer het opgegroeid is, is het grooter dan de moeskruiden, en wordt een
boom, zoodat de vogelen des hemels komen schuilen in zijne takken.’ Straffe mosterd, sterke tekst. Kikkert een mens van op.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten