woensdag 29 maart 2017

Philip Rahv: ‘Ook wij staan in de beklaagdenbank.’

— Philip Rahv (1908-1973) —
Wanneer redacteur Philip Rahv in 1973 overlijdt wordt zijn tijdschrift Partisan Review (PR) ‘the best literary magazine in America’ genoemd. Ook vandaag wordt nog erkend dat PR het literaire en culturele leven in de Verenigde Staten danig gemarkeerd heeft.
Al de nummers van dat tijdschrift zijn door de universiteit van Boston online gezet. Daar kun je nu in bladeren, iets wat ik regelmatig doe.
In het aprilnummer van 1938, dat je hier kunt inkijken, heeft Rahv het over de Moskouse Processen, een reeks showprocessen waarin Stalin komaf maakt met het bolsjewisme.
Rahv is een kenner van dat bolsjewisme, een ervaringsdeskundige zelfs. Dat blijkt al uit zijn naam, want Rahv is ‘s mans partijnaam (Rahv betekent rabbi in het Hebreeuws, een toespeling op de Joodse familie waaruit hij stamt.) Bij zijn geboorte heet hij Fevel Greenberg.
Greenberg heeft nooit zijn middelbare school afgemaakt. Tijdens de Grote Depressie verliest hij zijn job. Hij trekt door het land, op zoek naar werk, en komt zodoende in New York terecht waar hij in de parken slaapt en in de rij staat bij de voedselbedeling. Het is ook in New York dat hij in 1932 de John Reed Club opzoekt, een organisatie waarin de communisten sympathiserende schrijvers, kunstenaars en intellectuelen onderbrengen. Kort daarna wordt Greenberg lid van die partij.
Hij blijft zich Philip Rahv noemen, ook nadat hij de partij in 1937 verlaten heeft. In die breuk spelen de Moskouse processen overigens een grote rol.
Vandaag weet iedereen dat die opgezet spel waren, maar in de jaren dertig dachten vele linkse intellectuelen daar anders over, zeker degenen die in en rond de westerse communistische partijen actief waren.
Onlangs heb ik een biografie van Karel van het Reve gelezen. Daarin staat een interessante noot die dat bevestigt. De weduwe van ene Anton Struik wil de houding van haar man in die kwestie verdonkeremanen. Van het Reve antwoordt haar met een citaat van die Struik waarin deze de processen keihard verdedigt. En hij besluit met een bekentenis: ‘En Anton Struik heeft die processen toegejuicht. Ik ook trouwens.’
Philip Rahv denkt daar dan toch meteen anders over. Meer zelfs, hij vindt dat intellectuelen die processen moeten ontmaskeren, omdat ze anders afstand doen van wat ze zijn, intellectuelen: ‘But it is not only the old bolsjeviks who are on trial — we too, all of us, are in the prisoners’ dock. These are trials of the mind and of the human spirit.Their meanings encompass the age.’ Wat ik probeer te vertalen als: ‘Maar het zijn niet alleen de oude bolsjewieken die berecht worden — wij ook, wij allen staan in de beklaagdenbank. Dit zijn processen van de geest en van het menselijke intellect. De betekenis ervan omvat heel het tijdperk.’

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen