dinsdag 14 maart 2017

Nulla dies sine linea

—  Karel van het Reve (r.) met uitgever G.A. van Oorschot bij de presentatie 
van Van het Reves Freud, Stalin en Dostojevski (1982) in de 
Athenaeum-boekhandel, Amsterdam, 1982. Foto: Ewoud de Kat. —
De titel komt uit de biografie van Karel van het Reve (°) en die schrijft het in 1942 als motto boven zijn dagboek. Nulla dies sine linea, geen dag zonder een regel te schrijven.
Karel van het Reve (1921-1999) is de oudere broer van de bekende Gerard Reve en zoon van de onbekende Gerard Vanter, pseudoniem van vader Gerard J.M. van het Reve. Allemaal schrijvers. Wat me toelaat mijn stelling, ter grootte van een ingestampte deur, te illustreren die zegt dat het kind dat in de voetsporen van een ouder treedt een ferme streep voor heeft op een ander kind dat het allemaal zelf moet uitvissen.
‘Het schrijven van mijn vader is van invloed geweest op mijn keuze voor het schrijven. Zoals wel meer jongens hetzelfde willen gaan doen als hun vader doet.’ Toch heeft hij geen hoge dunk van vaders schrijverij: ‘Vele jaren later, toen hijzelf al een bekend schrijver was, heeft Karel van het Reve er herhaaldelijk aan herinnerd dat hij als schoolkind een onbegrepen gevoel van schaamte kreeg als men hem vroeg wat zijn vader deed en hij niet wilde zeggen dat zijn vader schrijver was “omdat ik er diep van overtuigd was dat mijn vader geen echte, serieuze schrijver was, maar meer iemand die zich uitgaf voor schrijver en ter ondersteuning van die lachwekkende bewering het ene boek na het andere deed verschijnen (…)” Hij is er zich als kind al van bewust ‘dat er aan al die boeken iets ontbrak, waardoor het geen echte boeken waren.’

— Prof. Karel van het Reve ontvangt PC Hooftprijs; 
Karel (links met bril) in gesprek met zijn 
jongere broer Gerard Reve. (Foto Croes, Rob C. / Anefo.) —
Wat ontbrak daar dan aan? ‘Pas in een van de laatste interviews in zijn leven preciseerde Karel van het Reve zijn kijk op zijn vader als romanschrijver: “Hij heeft nooit zoveel kunnen verzinnen. Zijn vergissing is geweest dat hij gedacht heeft: ik ben een schrijver en ik moet schrijven, op een zolderkamer zitten en boeken schrijven, en dan boeken waarin moorden gepleegd worden of allerlei aangrijpende dingen gebeuren. Terwijl zijn kracht eigenlijk zit in het maken van verhalen die bijna helemaal op de werkelijkheid teruggaan. Moeder zal het wel gelezen hebben. Maar er werd niet zo vreselijk veel gepraat over het schrijven.’ Mag ik hier aan toevoegen dat dit laatste voor mij een enigszins herkenbare situatie is?
Vader dacht daar trouwens niet heel anders over: ‘Zijn schrijverij waardeerde hij, terecht, zelf als niet serieus. Zelfs zijn werk voor de krant en in de organisatie waardeerde hij minder serieus dan ik op het ogenblik doe. Ik begreep niet waar hij de kracht vandaan haalde steeds weer opnieuw mislukkende pogingen om geld te verdienen te ondernemen. Voor wat hij schreef interesseerde zich bij ons thuis niemand.’
Maar het zaad was wel gezaaid. De gedachten van de jonge Karel ‘gingen bovenal uit naar de literatuur en zijn grootste verlangen: het schrijverschap.’
Ten huize Van het Reve was men erg geëngageerd in de communistische partij. Vader werkte voor de partijkrant en voor tijdschriften van mantelorganisaties, zijn boeken stonden inhoudelijk ten dienste van de vermeend goede zaak. Zelf is Karel nooit een partijlid geweest en uiteindelijk breekt hij ook ten gronde met het marxisme — dat hij overigens alleen maar in de kwalijke variante van het stalinisme beleefd heeft. Ook daar geldt evenwel mijn stelling. Zijn interesse in de Sovjet-Unie en het Russisch volgt dat van zijn vader, wat hem in de materie een indrukwekkende voorsprong geeft. Veel van wat hij schrijft heeft dan ook het Russisch, Sovjet Rusland en het communisme als onderwerp.
Over zijn eigen schrijverschap zegt Karel van het Reve zaken die ik ook wel herken: ‘Die omweg is zo groot — het schrijven — dat je nooit aankomt. Je jaagt als een eenzame ster door het heelal, hier en daar wel toegejuicht vanwege de toeren die je verricht, maar dat is iets anders.’ En ook dat herken ik: ‘Je moet de schrijver zien te vinden die je werkelijk bent. Er zijn er heel wat die doodgaan zonder dat ze daarachter gekomen zijn. Ik heb er lang over gedaan die schrijver in mezelf te vinden.’
Flor Vandekerckhove


(°) Ger Verrips. Denkbeelden uit een dubbelleven. Biografie van Karel van het Reve. 2004. A’pen/A’dan Uitgeverij De Arbeiderspers. 472 ps.
Een reactie plaatsen