donderdag 16 maart 2017

De repetitie

Opeens liep iedereen naar buiten. Ook de buren deden dat. En de buren van de buren. Echt iedereen. Enkele minuten later kon je zien hoe heel de straat op straat stond. Bovendien deden de bewoners van de andere straten het ook.
Het verspreidde zich als een lopend vuur over heel de provincie. En ook over de naburige provincies. In heel het land stond iedereen opeens op straat. Heel de natie was naar buiten gerend en de mensen van de daarnaast gelegen natie ook. In alle landen van de Europese Unie verliet iedereen op ’t zelfde moment het huis; moeders met baby’s, vaders met verantwoordelijkheid, nietsnutten met niets en fatale vrouwen met zwoele blikken. Echt iedereen. Onverklaarbaar. Dat was ook wat iedereen tegen elkaar zegde: Wat hier gebeurt is onverklaarbaar.
Holbewoners verlieten hun hol, vendelzwaaiers kwamen uit het heem tevoorschijn, koningen openden de poorten van hun paleizen om naast hun volk op straat te staan, Poetin verliet haastig het Kremlin en Trump kwam uit het Witte Huis. Vrijers onderbraken hun vrijpartij om zich naar buiten te begeven. Anarchisten verlieten het kraakpand en bakkers de bakkerij. Gevangenen kwamen uit de cel en homoseksuelen uit de kast.
Hetzelfde deed zich voor in de Russische federatie, ook daar ging iedereen naar buiten en zo ging het ook in Oekraïne en in al die republieken die iets met stan heten. In Afrika gebeurde het ook en in Amerika, in Azië en down under. Heel de wereld liep op ’t zelfde moment naar buiten. De hele mensheid had op dat tijdstip dat gemeen, dat ze buiten stond.
Wie niet naast een kerkhof woonde mocht blij zijn, want grafstenen werden opzij gerold en de doden kwamen insgelijks naar buiten, ook zij verzamelden zich, met medeneming van hun maden, op de straat. Onsmakelijk was dat, wat me er doet aan denken dat menig eetmaal toen verkorven werd doordat het voedsel aanbrandde of uitkookte, nadat mensen het fornuis aan zichzelf overgelaten hadden om op straat te gaan staan.
In de steden kon je maagden met olielampen zien staan — iets wat je anders haast nooit meer ziet — naast gewone heren in korte broek, met sandalen aan en witte sokken. Om maar te zeggen: echt iedereen stond op dat moment op straat.
En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden. 
Waarna iedereen terug naar binnen ging.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten