donderdag 9 maart 2017

Gestopt met roken


Zeggen dat ik haar gekend heb, zou een leugen zijn, maar ik heb haar wel veel gezien. Dat komt doordat ik mijn stukjes bij het raam schrijf. Terwijl ik daar naar het juiste woord zoek, dwaalt mijn blik over het straatleven, en daar heeft ze enkele jaren deel van uitgemaakt.
Ik heb haar hier zien aankomen en ik heb ook toegekeken toen ze voorgoed vertrokken is. Tussendoor heb ik haar zien — ik kijk even door het raam terwijl ik het juiste woord zoek — aftakelen, ja het juiste woord is aftakelen.
Wanneer ze hier voor het eerst uit de taxi stapte, liet ze me even aan die lustige Witwe denken, maar dan in een working poor versie, en ook toen was ze al erg getekend door het leven. Wat ze niet aan haar hart liet komen. Of juist wel.
Menig keer heb ik de taxi voor haar deur zien stoppen. Ze houdt er wel de zwier in, zei ik telkens tegen mezelf, waarna ik verder schreef. En wanneer de taxi enige tijd wegbleef, dacht ik: het geld is op. En ook wel: het lijf is op.
Ik keek toe hoe ze om boodschappen toog. Vijftig meter is het naar de straathoek. Halverwege moest ze stoppen om er een op te steken. En om het bloed in de benen weer op gang te krijgen. (Het werkwoord van etalagebenen is kettingroken.) Op de hoek, vlak voor mijn deur, pauzeerde ze nog eens. 
Op den duur wilden de benen helemaal niet meer. Voortaan duwde ze zichzelf, rokend en met slappe armbewegingen, in een rolstoel naar de winkel.
Die sigaretten worden nog eens haar dood, zei ik meermaals tegen mezelf. En wat ik ook vaak zei was dit: Flor, je lijkt wel een oud wijf dat van achter een spionnetje het reilen & zeilen van de buren gadeslaat. (Dat moet ik echt eens doen, zo’n spiegelspionnetje kopen.)
Zaterdag belde een van de kinderen haar op om te vragen hoe het ermee ging. Zij nam de telefoon niet op. De dochter kwam kijken en trof haar moeder dood aan in de zetel.
De flikken kwamen, de straat werd afgezet. Het overlijden werd van natuurlijke aard bevonden. Het lijk werd weggehaald. Het leven hernam zijn gewone zelf. Ik begon een in memoriam te schrijven voor iemand die ik niet gekend had.
De overlijdensberichten leerden me vervolgens dat ze als Martine aangesproken werd, in 1950 in Gent geboren was en op 4 maart alhier gestorven. Met al die rook had er niet meer leven ingezeten. Toch was ze er in geslaagd om het vier jaar langer te trekken dan Serge Gainsbourg. Die was pas 63 toen hij er al mee ophield, met leven, met roken.
Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen