zondag 19 maart 2017

De noodkerk



Het gebouw dateert van 1926 en het bestaat nog steeds. Het is ook nog in gebruik, zij het niet als kerk, wat oorspronkelijk wel het geval is. Men heeft het in die tijd over de ‘noodkerk’, een voorlopige kerk. Het bouwwerk staat in Bredene Duinen, een al bij al jonge wijk die in 1900 nog onbestaande is. Op de bovenverdieping richt men klaslokalen in.
Die klaslokalen zijn er vandaag nog steeds en de benedenverdieping maakt nu ook deel uit van die school. Zelf heb ik die benedenverdieping nooit als kerk gekend, wel als toneelzaal, en een korte tijd als filmzaal, de Bio Rio, waarover ik hier al iets geschreven heb.
Onlangs heb ik geprobeerd om het gebouw onder dezelfde hoek te fotograferen, maar dat blijkt onmogelijk te zijn. Aan het bouwwerk, dat nu Cruysduyne heet, werden zoveel koterijen gehecht dat het bijzonder moeilijk is om er nog de oorspronkelijke schoonheid van te zien. Wat me tijdens die vruchtloze pogingen meteen opvalt: het houten torentje is verdwenen.
Veel wijkbewoners hebben er onderwijs genoten. Lange tijd is het trouwens de enige school van de wijk. Velen houden er dan ook herinneringen aan over.
Een herinnering die ik koester is deze aan kleuteronderwijzeres Elvire Casier, het eerste meisje waarop ik verliefd geweest ben. Zij was twintig en ik vijf. Maar de oudste herinnering die ik betreffende het gebouw heb kunnen sprokkelen komt van onderwijzer Albert Blomme, die het aan zijn zoon Luc verteld heeft: Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog moesten alle burgers hun radio inleveren bij de Duitse bezetter. De radio van mijn vader zat vier jaar verstopt achter het altaar van het noodkerkje.’  Jeannot Van Hille laat me dan weer weten dat haar ouders op 28 december 1943 in die noodkerk getrouwd zijn. Ze denkt niet dat die twee de weggemoffelde radio van Blomme toen opgemerkt hebben.
Ook het inmiddels verdwenen torentje heeft in de herinneringen sporen nagelaten. Politiecommissaris Verhelst zou het klokje laten luiden hebben op de dag dat de oorlog uitbrak. Zowel Robert Pyck als Luc Blomme herinneren zich het klokzeel: ‘In de hoek van de kleuterklas passeerde het klokzeel doorheen een gat in de vloer en een gat in het plafond. Wanneer het klokje luidde, ging dat touwtje op en neer. Ik zat daar vlak naast’, vertelt Luc, ‘en had soms goesting om aan dat touw te trekken.’
Vooraan op de eerste verdieping is er lange tijd een bibliotheek geweest. Die herinner ik me levendig, en ook het kastje dat afgesloten kon worden en waarin boeken zaten die niet voor elk oog bestemd waren. Als knaap ben ik er eens in geslaagd om daar ongezien Dostojevski’s Schuld en boete uit te plukken. Thuis heb ik het boek onder de keukentafel uitgelezen, althans in een herinnering die zeer onbetrouwbaar is, aangezien ik Schuld en boete later wel tien keer proberen lezen heb en nooit verder geraakt ben dan de eerste vijftig bladzijden.
Wanneer de nieuwgebouwde kerk in 1947 de deuren opent wordt de noodkerk een parochiezaal. Ik heb er toneel zien spelen en ben er naar films gaan kijken. Ik heb daar de cabaretgroep De lachzaaiers weten optreden, ik heb er een lezing van weerman Armand Pien bijgewoond en een sportshow waarin onder anderen beroepsrenner Marcel Seynaeve geïnterviewd werd. En ik heb er menig keer zelf opgetreden. Maar die herinneringen houden we voor een andere keer, want er zijn er nog die daar opgetreden hebben en de herinneringen beginnen in mijn mailbox toe te stromen.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen