donderdag 23 maart 2017

Toon me je oor en ik zeg je wie je bent

— Links: Alan Teichman als Charlie Parker in The Imposter; rechts: afdruk van een oor bij een sporenonderzoek. —   

Wanneer we echt te moe zijn om iets anders te verrichten gaat bij ons de televisie aan. Onvoorbereid aanschouwen we vervolgens wat zich aandient. Deze keer is dat The Imposter.
Doorheen een reeks al dan niet nagespeelde getuigenissen vernemen we dat een dertienjarige jongen verdwijnt. Bijna vier jaar later duikt iemand op die zegt dat hij die jongen is. Alhoewel de eerste in niets op de tweede lijkt (blond verus donker, blauwe ogen versus bruine, onvervalst Texaans versus een vreemd accent, opvallend leeftijdsverschil…) is de familie meteen overtuigd: de verloren zoon is terug.
We weifelen om de prent te catalogeren: is het een film? Is het een docu? Als dit fictie is dan zetten de acteurs een bijzonder sterke prestatie neer. Als het een documentaire is dan rijst de vraag of het mogelijk is dat een moeder in een wildvreemde mens haar eigen kind herkent.
De entree van privédetective Charlie Parker verandert alles. Die Charel lijkt wel uit een film van de gebroeders Coehn ontsnapt te zijn. Zelfs de kleur van de prent verandert enigszins wanneer hij ten tonele verschijnt. Dit is overduidelijk fictie.
Parker is ervan overtuigd dat de familie iets te verbergen heeft. Hij bekijkt foto’s van de verdwenen jongen en van degene die zijn identiteit aangenomen heeft; vooral de oren interesseren hem. Dat hij die oren met de hulp van het alom bekende Photoshop onderzoekt, maakt het al te belachelijk. Hij concludeert dat het oorschelpen van verschillende mensen betreft, want, zegt hij, een mensenoor verandert niet.
Op ’t einde van de film laat Parker een put graven op de plaats waar hij vermoedt dat de jongen begraven ligt. De put wordt in de film belachelijk diep, maar hij vindt niets. Ik besterf het van het lachen.
Enkele dagen later bezoek ik een van mijn kinderen. Er is ingebroken. De flikken hebben een sporenonderzoek verricht. Op de voordeur treffen ze de afdruk van een menselijk oor aan. Voorwaar een interessante vondst, zegt de politie, want … een mensenoor blijft onveranderd. De dief heeft als ’t ware een handtekening achtergelaten. Ik sta versteld.
Door wat ik daar bij mijn nageslacht verneem besef ik dat ik privédetective Charlie Parker uit The Imposter misschien verkeerd be-oor-deeld heb. Ik tast het internet af.
Wat blijkt? De detective bestaat wel degelijk. Het is wel degelijk met Photoshop dat hij erin geslaagd is de bedrieger te ontmaskeren. Charlie Parker is er overigens nog steeds van overtuigd dat de familie vals speelt. Hij blijft putten graven om het lijk te vinden.

Flor Vandekerckhove

The Imposter. Groot-Brittannië. 2012. Kleur, 99 minuten. Productie Dimitri Doganis; regie Bart Layton; camera Lynda Hall & Erik Wilson; montage Andrew Hulme; muziek Anne Nikitin.


Een reactie plaatsen