zondag 12 februari 2012

Waarom zouden we langer werken?

Krijgt de politie een uitzondering op de pensioenmaatregelen
van de regering?
[Opinie] — Wie een put graaft voor een ander… is een arbeider. U kent ongetwijfeld deze even geestige als verhelderende verdraaiing van het bekende spreekwoord. Arbeid kenmerkt zich inderdaad doordat die ter verrijking van een ander gebeurt.
Die verdraaiing kan ook een parafrase genoemd worden, een omschrijving van dezelfde spreuk met andere woorden. ‘Wie een put graaft voor een ander valt er zelf in’ definieert immers evengoed de situatie van degene die arbeid moet verrichten: het werk keert zich tegen hem.  Al wie door de recente regeringsbeslissingen zijn kansen op een vervroegd pensioen in rook zag opgaan zal mij gelijk geven.
In het debat over deze regeringsbeslissingen (dat veelzeggend genoeg pas goed van start ging nadat de beslissingen al genomen waren) was er nogal wat te doen rond het begrip ‘zwaar werk’. De regering had halvelings laten uitschijnen dat wie zwaar werk verricht niet koud gepakt zou worden. Helaas blijkt dat er méér zwaar werk bestaat dan de regeringsleden voor mogelijk hielden en dus werd het debat gauw weer gesloten: iederéén moet langer werken!
Merkwaardig is de eensgezindheid die daarbij over ons heen gestort wordt: ja iedereen moet langer werken! Politici knikken goedkeurend bij zoveel daadkracht van zichzelf, denktanks buigen zich al over de volgende te nemen stappen en opiniemakers zingen de lof van al dat gezond verstand. En geen van allen schijnt te beseffen dat ze alleen maar de echo produceren van wat het kapitalisme hen voorzingt. Want ja, de Kathleen Coolsen van deze wereld dènken alleen maar dat ze onafhankelijke journalistiek bedrijven. In werkelijkheid zijn ze even goed arbeiders, in die zin dat ze een put graven voor een ander; ze zijn namelijk de producenten van de heersende opinie. Door hun studies (Cools is een filosofe), capaciteiten (ze kan het goed formuleren), bevoorrechte contacten (journalisten bewegen zich in de wereld van ons-kent-ons) en hun aanwezigheid in de media zijn zij uitermate geschikt om de opinies van de elite te verwoorden en te verspreiden. Ook zij behoren bijgevolg tot de klasse van mensen die een put graven voor een ander, een put waar ze uiteindelijk ook zelf in zullen vallen.
Hoe komt het eigenlijk dat zo’n slimme mensen dat niet inzien? In het geval van Katheen Cools is dat bijzonder pijnlijk. Van opleiding is ze filosofe. Heeft ze dan nooit gelezen wat de filosoof Bertrand Russell in zijn essay ‘Ter ere van het nietsdoen’ (*) geschreven heeft?  Spijtig, want in de openingszinnen legt hij uit waarom ze denkt dat ze tot de ‘middenklasse’ behoort die anderen wil opleggen hoelang ze moeten werken. Ik probeer te vertalen:
‘Ten eerste: wat is werk? Werk is er in twee soorten: de eerste is het wijzigen van de toestand van materie die zich op of tegen de aardoppervlakte bevindt en dat tegenover andere vergelijkbare materie; het tweede soort werk bestaat erin anderen te zeggen dat ze dat moeten doen. De eerste soort is onaangenaam en slecht betaald, het tweede werk is aangenaam en goed betaald. De tweede soort kan oneindig uitgebreid worden: er zijn niet alleen degenen die orders geven, maar ook degenen die advies geven over het soort orders dat moet gegeven worden. Gewoonlijk worden er gelijktijdig twee tegengestelde adviezen gegeven door twee georganiseerde corpsen; dit noemen we politiek. De bekwaamheid die nodig is voor dat soort werk is niet kennis van de subjecten aan wie deze orders gegeven worden, maar de kunst om overtuigend te spreken en te schrijven, d.w.z. reclame te maken.’
Goed betaald als ze zijn als uitvoerders van aangenaam werk zorgen de topjournalisten dat de verschillende tegenstrijdige adviezen over langer werken goed tot ons doordringen, zodat ook wij uiteindelijk beseffen dat we, one way or another, een tandje moeten bijsteken. Als sneeuw laten ze die opinies over de werkelijkheid neerdwarrelen tot die er volledig door bedekt is en daardoor dus onzichtbaar geworden. Ja, er zit niet anders op, het is absoluut nodig dat we langer werken!
Onzin natuurlijk. We moeten helemaal niet langer werken, maar korter. In de tekst waarvan ik hierboven de eerste zinnen vertaalde, pleit filosoof Bertrand Russell op overtuigende wijze voor de invoering van de werkdag van vier (!) uur. In 1932! Voor mezelf kan daar alleen maar de woorden van de Franse auteur Georges Perros aan toevoegen: ‘Werken! Werken! Alsof ik tijd had.’
Flor Vandekerckhove
(*) In praise of Idleness van Bertrand Russell verscheen voor het eerst in 1932. Het werd gepubliceerd in Harper’s Magazine (USA) en hernomen in de bundel Why Work, in 1983 uitgegeven door het Engelse Freedom Press. U vindt de tekst op het internet als u ‘In praise of Idleness Bertrand Russell’ googelt. 
Een reactie plaatsen