zaterdag 25 februari 2012

Vergeefs op zoek naar Provo in Oostende

JP Boentges en Flor Vandekerckhove,
Oostende 2009 (foto Jo Clauwaert).
Omdat mijn moeder de trouw van koning Boudewijn niet wilde missen, haalde mijn vader in 1960 een tv in huis. Het toestel zou ons niet alleen dat huwelijk laten zien.
Kort nadat Boudewijn getrouwd was, zag ik de provocaties die het tuig in Amsterdam organiseerde. Zelf was ik ook wel bezig de macht in vraag te stellen, maar alleen binnenskamers. In Amsterdam deden ze het in open lucht.
De politieke aspiraties van de beweging waren me vreemd, maar het ludieke karakter van Provo maakte grote indruk. Op die leeftijd had ik geen mening over sigarettenfabrikanten, maar de acties rond het Amsterdamse Lieverdje (beeldje geschonken door zo’n sigarettenfabrikant) konden op mijn bijval rekenen; het parkeerprobleem was me onbekend, maar het Witte Fietsenplan vond ik geniaal (en dat was het ook); wat de Amerikanen in Vietnam uitspookten was voor mij nog niet zo’n item, maar de Amsterdamse kreet ‘Johnson molenaar!’ verblijdde mijn jonge hartje. 
Als er maar (uit)gelachen werd.
In Bredene, waar ik opgroeide, was er geen equivalent voor Provo, maar ook mijn makker JP werd erdoor gecharmeerd. We schaften ons elk een gleufhoed aan, waarmee we de plaatselijke burgerij (vooral onze vaders) danig wisten te provoceren. Veel was het niet, maar 't was een begin.
In het nabijgelegen Oostende was er een kunstenaarskroeg die Chèvre folle (meer over die kroeg vind je hier) heette en waar JP en ik het plaatselijke provotariaat hoopten te ontdekken. Dat viel tegen, want tegen de tijd dat wij daar goed rondgekeken hadden, was het verschijnsel alweer voorbij.  
In 1967 werd ik achttien. Op de tv zag ik hoe Jean-Paul Sartre in het Russelltribunaal de Amerikaanse politiek in Vietnam als misdadig veroordeelde. Mij leerde het dat niet alleen snotneuzen de macht contesteerden. Ik bekende mezelf tot het existentialisme. En wilde daarna ook wel eens weten wat dat inhield.
In de Chèvre folle deed ik alsof ik L’être et le néant aan ’t lezen was (het kan ook La Nausée geweest zijn, in elk geval was het een boek dat ik bij Corman ontvreemd had). Dat viel tegen in het kwadraat, want ik begreep er niets van. Ik probeerde desondanks de indruk van het tegendeel te wekken, in de hoop daarmee indruk op Françoise te maken, de mooie Française die de kroeg openhield. Maar ook dat kon ik niet waarmaken.
Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen: