woensdag 18 februari 2015

Aangespoeld in Bredene

Van mensen die het binnenland voor de kust inruilen, zeggen wij, autochtonen, dat ze aangespoeld zijn. Deze figuurlijke betekenis is inmiddels zo goed ingeburgerd dat we haast vergeten dat hier ook letterlijk dingen aanspoelen. Uit mijn jeugd herinner ik me een aangespoelde zeehond, tientallen pakken boter uit een gestrand smokkelschip en een losgeslagen droogdok. Legendarisch is het Mariabeeld dat niet één keer, maar driemaal in Bredene aanspoelt; reden genoeg om op die plek een kapel te bouwen: de Visserskapeldoor ons gemeenzaam ’t kapelletje genoemd.
Minder bekend is het verhaal van het onbekende voorwerp dat vanaf 1937 verschillende keren op het strand van Bredene aanspoelt. De volkskundige auteur Karel Clybouw heeft er een bijdrage over geschreven en tekenaar Camiel Geselle heeft er een schets van gemaakt.
— Zo schetste Camiel Geselle het onbekende voorwerp
(Uit de collectie van de Heemkring Ter Cuere)—
In de beschrijving van Clybouw heet het als volgt: ‘In Bredene, in het gebied Westwaarts van de Avenue Le Grand, meer bepaald ter hoogte van de molen van De Heer Hubert Henri, steekt men de duinen over en daar op het strange, tegen de hoogwaterlijn, vindt men halverwege de Oogstmaand van 1937 een vreemd en onbekend voorwerp.’ Uit deze notities weten we dat het 7 ft lang is (in die tijd wordt alles wat aanspoelt in Engelse maten beschreven). Het heeft een spitse neus, is dun en van een materiaal dat volgens Clybouw enigszins op bakeliet lijkt, maar dan lichter, sterk genoeg om hem te dragen zonder dat het breekt. De vorm laat de heemkundigen, blijkens de tekening van Geselle, aan een platvis denken, maar dan een zeer grote. Aan een van de twee platte kanten, zo noteert Karel verder, is er een gleuf met groeven waarvan het nut onduidelijk is, net zoals het nut van de twee hechtingen. Daarin kan Clybouw wel zijn voeten steken, maar niet zijn klompen, wat hem laat vermoeden dat het geen landbouwwerktuig betreft dat uit den vreemde naar hier afgedreven is. Het ding wordt enige tijd onderwerp van discussie tussen Bredenaars die het komen bekijken in het schuurtje van Clybouw. Waarna iedereen het vergeet.
Dat verandert in de daaropvolgende zomer, wanneer blijkt dat het voorwerp uit de schuur verdwenen is en door een strandjutter op het strand weergevonden wordt, krek op dezelfde plaats waar het een jaar eerder ook al aangespoeld is. Weer neemt Clybouw het met zich mee, weer zet hij het in zijn schuurtje en weer verdwijnt het, om tijdens de daaropvolgende zomer weer op dezelfde plek aan te spoelen. Driemaal! De vergelijking met het miraculeuze Mariabeeld dringt zich op. Is er sprake van een Hogere Macht? Pastoor Victor Lozie schrijft hoe dan ook een brief naar bisschop Waffelaert en we weten ook dat er een commissie aangesteld wordt onder voorzitterschap van burgemeester Andries Joseph Zwaenepoel. Het onderzoek maakt duidelijk dat het voorwerp nergens in de Bijbel vernoemd wordt. Het werk van de duivel dan? Deze denkpiste wordt in de kiem gesmoord doordat WO II losbarst, wat uiteraard andere kopzorgen meebrengt, alsmede een andere burgemeester. Om ervan af te zijn besluit die het voorwerp op een geheime plek te begraven, want in die tijd denken de mensen nog dat iets weg is als je ’t in de grond steekt; een misvatting, zoals ook blijkt uit wat volgt.
In Bredene geraakt deze vreemde geschiedenis in de vergetelheid, maar zelfs in de vergetelheid maalt de geschiedenismolen verder. Op de plek waar het onbekende voorwerp keer op keer kwam aanspoelen, wordt vele jaren later een surfclub gebouwd. Toeval? Wie zal 't zeggen? Dat de slierten jongeren die daar nu over het duin trekken mij aan de oude bedevaarten laten denken, heeft wellicht met mijn verbeelding te maken. Maar u zult me niet tegenspreken als ik zeg dat de voorwerpen die daar bij die surfclub op ’t strand liggen verdomd goed op de tekening van Camiel Geselle lijken.

Een reactie plaatsen