zondag 8 februari 2015

Balans & perspectieven (2)

Intussen werd het veiligheidsniveau aan de kust van 3 op 3,5 
gebracht. Ook joggers komen nu in 't vizier te staan.

Inmiddels is ’t dik drie jaar geleden dat ik deze blog opgestart heb. Daar valt een balans van op te maken. Ik heb dat trouwens al eens gedaan, wel, ik zal het ook in de toekomst doen wanneer er weer eens een nieuw stukje tot in de top tien geraakt, zoals dat nu enigszins onverwachts gebeurd is met het in memoriam voor Marcel Van Paemel.
In de voorbije drie jaar werd er meer dan 80.000 keer gekeken naar de 376 stukjes die ik alhier gepubliceerd heb. 142 mensen laten zich automatisch verwittigen wanneer er een nieuwe bijdrage verschijnt, 183 zijn lid van de site geworden en 626 internetgebruikers zeggen regelmatig de blog op te zoeken. Dat is allemaal verwaarloosbaar klein als je ’t met The Huffington Post vergelijkt, maar ’t is wel meer dan het publiek dat ik kon bereiken in de tijd dat ik papieren boeken in de winkel deponeerde.
Drie jaar is een voldoende lange periode om naar trends te speuren. Zo te zien schrijf ik bij voorkeur over onderwerpen die niemand anders het schrijven waard vind. In mijn blog zult u vruchteloos zoeken naar een commentaar op de betoging in Parijs waarin iedereen zei Charlie te heten, maar Ik heb wel over een merkwaardige betoging geschreven die in 1929 in New York is doorgegaan. Wanneer ik het over boeken heb, dan is dat vooral over werken die nauwelijks (nog) gelezen worden, zoals godbetert Isidoor van Aster Berkhof, waarover ik nochtans iets te vertellen heb dat u kan interesseren, iets over een duivenkot bijvoorbeeld. In de blog komen films, zoals Kes, aan bod die u lang vergeten ben, maar die mij bijgebleven zijn. ik belicht politieke strekkingen, zoals het trotskisme, die nauwelijks bestaan en waarmee ik me nochtans verwant voel; kunstenaars waar u in Het Laatste Nieuws zelden iets over leest, zoals die Serrano met zijn aanstootgevende werken. Ik plaats personen voor het voetlicht die daar volgens de meesten onder u niet thuishoren, zoals de cowboy Broncho John en ik haal herinneringen op aan mensen waaraan vandaag niemand nog denkt, zoals Oscar Vereecken. Ik schrijf over Bredene, een plek waar niemand anders over schrijft, toch niet op de manier waarop ik dat doe in het verhaal Wolvenkinderen, waarin ik herinneringen ophaal aan twee broers die enige tijd in die gemeente gewoond hebben; een stukje dat u echt eens moet aanklikken, want het werd veel te weinig bekeken, dus: Wolvenkinderen
Bij een balans hoort een debet- en een creditkant. Welke zijn de tekortkomingen? Uit de ontleding van de ‘pageviews’ leer ik dat ik voor de man in de straat schrijf. Zelfs wanneer ik me in de hogere regionen van de cultuur begeef, zoals deze bijvoorbeeld via James Joyce tot ons komen, gaat het om de man in de straat die het allemaal niet begrijpt. Dat heeft een sociologische reden: ik ben zelf een man in de straat. Da’s goed, want, zo zegde meester Blomme me destijds al: 'Ge zoudt beter opschrijven wat ge kent, in plaats van door het venster te kijken.' Tegelijk valt het mij echter ook op dat ik veel te weinig over vrouwen schrijf. Dat ikzelf geen vrouw ben mag, vind ik, geen excuus zijn. Ik neem me bijgevolg voor om dat in de toekomst meer te doen, over vrouwen schrijven, want mocht ook de vrouw in de straat mijn blog regelmatig beginnen consumeren dan verdubbel ik toch mijn lezerscorps.
Laat me eens kijken. Kent u Larissa Reissner, een vrouw die destijds velen kon bekoren? Neen? Hebt u ooit iets van deze spetter vernomen, een beeldschoon vrouwmens waarvan men destijds zei dat ze verhalen aan 't schrijven was die in de literatuur zouden voortleven? Neen? Dan moet die Larissa hier zeker een plek krijgen. Wie evenwel wil weten wannéér het in de blog komt, schrijft zijn/haar e-mailadres in het vakje dat bovenaan in de rechterkolom staat. Druk vervolgens op ‘submit’ en… hopla! Als premie krijgt u onderstaand lied aangeboden, een gratis meezinger (BTW-verhoging niet inbegrepen, maar deze tax shift kunt u dan weer deze sympathieke regering aanrekenen).
Flor Vandekerckhove

Een reactie posten