dinsdag 17 februari 2015

De engel in Nick Cave



Op vrijdag 13 februari — een datum die zo luid om een cliché schreeuwt dat ik er niet kan aan toegeven — keek ik op de Nederlandse televisie naar 20.000 days on Earth, het fel bejubelde portret van Nick Cave, rockartiest, auteur en scenarist. Ik zou daar niets over schrijven, ware het niet dat ik de mens ooit op een podium heb zien staan, alwaar hij me van zijn uitzonderlijk talent overtuigd heeft. Ik heb daar toen een stukje over geschreven dat u hier kunt nalezen. De film bevestigt het in de overtreffende trap: Nick Cave is een groot kunstenaar.
Met die woorden valt hij ons huis binnen: At the end of the 20th century, I ceased to be a human being. That's not necessarily a bad thing. It's just a thing. I awake, I write, I eat. I write, I watch TV.’ Wil dat nu niet krek ‘t zelfde zijn als wat ik doe? Zo ziet mijn dag er inderdaad ook uit: ik word wakker, eet, schrijf, eet, schrijf, ga joggen, eet en kijk tv. U begrijpt dat zo'n gelijke dagindeling me nader tot Cave brengt. Kijk hoe gelijk we in de wereld staan, de Nick en ik, aan elkaar geklonken door een soortgelijke schrijfpraktijk en alleen maar gescheiden door dat flinterdunne televisiescherm. Een beetje later is het alweer van dat: It's a world I'm creating... ...a world full of monsters and heroes, good guys and bad guys. It's an absurd, crazy, violent world... where people rage away and God actually exists. And the more I write, the more detailed and elaborate the world becomes and all the characters that live and die or just fade away, they're just crooked versions of myself.’ Beter kan het niet geformuleerd worden: wij, schrijvers, creëren een wereld bevolkt met personages die tegelijk wel en niet op ons gelijken (‘crooked versions’). U moet maar naar het universum van dichter Peter Holvoet-Hanssen kijken, een wereld die Kapersnest heet. In die verbeelde wereld waart een marineblauwe dichter rond die her en der mensen op de schouder tikt om hen te ridderen — zelf spreekt Peter over riederen. Of u moet maar naar mijn eigen wereld kijken, waarin ik u, vergezeld van lange schaduwen, tegemoet treed als de hard boyled loner die ik niet ben… of misschien wel, maar dan toch alleen maar in een ietwat scheve versie, ‘a crooked version of myself’.
Ik voel dat ik het gaspedaal een beetje moet lossen, want u vindt dat ik mezelf niet met de grote Cave mag vergelijken. U hebt gelijk. Dat ik tegen ’t einde van de XXste eeuw opgehouden ben mens te zijn, mag ik van mezelf niet zeggen. In de scheve versie waarin ik al schrijvend verander, blijf ik menselijk, al te menselijk. Da’s ’t verschil. Cave overstijgt dat in zijn optredens; hij wordt dan een engel: ‘If you can enter into the song and enter into the heart of the song, into the present moment, forget everything else, you can be kind of taken away... (…) you turn into an angel or something like that.’
Maar voor de rest? Kijk eens wat Cave nog in die film zegt en vervang Brighton eens door Bredene: Places choose you. They can take hold of you whether you wish them to or not. I used to come down to Brighton years ago, and what I remember most is that it was always cold and it was always raining... ...with a glacial wind that would blow through the streets and freeze you to your bones. But you gotta drop anchor somewhere and somehow here I am. Brighton, with all its weather, has become my home and, whatever hold this town has on me, well, it's been forcing its way violently into my songs.’
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen