donderdag 5 februari 2015

In memoriam Marcel Van Paemel

Marcel Van Paemel, °Oostende 7 november 1948 - †Mariakerke (Gent) 30 januari 2015. (Foto JP Boentges)

We waren knapen en moesten aantreden in een toneelstukje. Wij stonden daar, om het met Guido Gezelle te zeggen, een beetje te hakkelen, haast ongeriefd nog van woorden, maar onze maat Marcel niet, hij bewoog over het podium als ware het zijn natuurlijke habitat. Van Paemel had een aangeboren talent: hij kon mensen entertainen.
Na de lagere school scheidden zich de wegen. Marcel koos voor de hotelschool, maar hij koos vooral voor ’t leven. Hij was nog een tiener toen hij al op de Oostendse slipway schepen aan ’t kuisen was. We herinneren ons ook dat Van Paemel in de vismijn gewerkt heeft en op de maalboten; jobs die onlosmakelijk met onze streek verbonden waren, net zoals het toerisme dat vandaag nog altijd is.
In die tijd was Bredene ’s winters niet veel meer dan een negorij, maar in de zomer bruiste de duinwijk als een stad. Het nachtleven werd er aangevuurd door een rist dancings met legendarische namen: Cosmo, King, Djinn.  Wij, teenagers, genoten met volle teugen van al dat vertier. We bewogen ons houterig over de dansvloer, maar onze maat Marcel niet, hij swingde de pannen van het dak. Over die tijd vertelt Jean-Pierre Boentges nog altijd met zichtbaar genoegen: ‘Ik werd dj in de Cosmo en toen ik door de concurrentie van de King weggekaapt werd, nam Marcel er mijn plaats in. Er is een vriendschap uit gegroeid die een leven lang standgehouden heeft.’
Marcel Van Paemel was een kenner van de popmuziek en een bijzonder goeie dj, want hij kon, zoals gezegd, mensen entertainen. Hij trok van de ene draaitafel naar de andere en kwam zodoende in Gent terecht, in de dancings van de vermaarde Kuiperskaai. Daar ging het hoog voor Van Paemel, zo hoog dat hij zich een appartement op de Kouter kon veroorloven, een der duurste wijken van de stad. Maar het nachtleven was ook slopend. Marcel kon geen alcohol verdragen; met de drank ging het van kwaad naar erger en hij was nog geen dertig toen hij de fles al links liet staan. Met succes, want nooit zou hij nog een druppel alcohol aanraken. Wat dat betreft was hij voor velen een voorbeeld, ook voor mij.
Zo hectisch als zijn jeugd geweest was, zo rustig werd zijn volwassenheid. In die tijd leerde ik hem ook beter kennen. Hij hield er een haast boeddhistische levensfilosofie op na: first things first, doe stille voort, maak je niet dik, pluk de dag… De rebel without a cause was een rustige dertiger geworden. Enkele keren zijn we samen vanuit Gent naar Bredene gereden, hij op bezoek bij zijn zuster, ik bij mijn ouders. Beroepsmatig bleef hij nog lang in de horeca actief en verwierf er een goede reputatie. Van hem werd gezegd dat hij een dood café weer tot leven kon wekken. Zegde ik niet dat hij een geboren entertainer was? Aan dat entertainen had hij evenwel almaar minder behoefte en zijn leven werd nog rustiger dan het al was. Overdag kweekte hij cactussen, liep rommelmarkten af en knapte houten meubeltjes op. ’s Avonds sloeg hij een kaartje met het nachtvolk en ouwehoerde hij over popplaten met zijn muziekvrienden. Zijn beroepsloopbaan sloot hij af als hulp in een ziekenhuis.
Het bericht van zijn dood kwam onverwacht. Een bloedklonter had hem de das omgedaan. De jongste jaren hadden we nauwelijks nog iets van Marcel gehoord. Verwonderlijk was dat niet. Het internettijdperk had hij aan zich voorbij laten gaan. Een GSM? Had hij niet. Autorijden deed hij niet. Hij had zelfs geen vaste telefoon. Wanneer hij moest bellen dan deed hij dat… bij de beenhouwer.
Ik zie dat Marcel Van Paemel met een kerkdienst begraven wordt. Daardoor herinner ik me opeens een gesprek dat we ooit samen over kerkdiensten voerden en waarvan me een zin bijgebleven is: ‘Ik kom alleen maar voor de muziek.’ Ik googel de term en kom uit bij een singeltje uit 1970, waarop ene D.C.Lewis Mijn gebed zingt. 't Is een tearjerker.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten