dinsdag 9 februari 2016

Hendrik Conscience en ik (4)


Wie deze blog volgt weet dat ik me al vele jaren De leeuw van Vlaanderen wil toe-eigenen, het meesterwerk van Hendrik Conscience. Dat heb ik hier al uit de doeken gedaan. De trouwe lezer weet ook dat ik daar tot nu toe niet in geslaagd ben, verre van zelfs, en dat ik het nu nog eens probeer.
In een voorafgaande aflevering, die hier staat, heb ik u Rooie Machteld al leren kennen, de heldin die de plaats inneemt van Consciences blonde. Ook heb ik u hier al de plek de gebeurtenissen getoond. Het slot van Wijnendael en de Groeningekouter heb ik naar de Oostendse Oosteroever verplaatst, een gebied dat vandaag in volle ontwikkeling is. Over die plek wil ik nog iets zeggen.
Ten westen van het Visserijdok ligt daar nu het Vismijngebouw. De uitbater zegt er grootse plannen mee te hebben. Daar plaatsen de Oostendenaaars vraagtekens bij, vooral omdat de visserij er op sterven na dood is. Wat willen die uitbaters aanvangen met een nieuw gebouw als er in Oostende geen vissers meer zijn?
De toekomst van het gebied ten oosten van het dok is daarentegen nu al duidelijk. Daar is een tabula rasa aan de gang. Haast alles wat er aan de visserij herinnert is met de grond gelijkgemaakt. Daar ontplooit zich nu een spectaculaire nieuwbouwwijk, met pretenties die in Monaco niet zouden misstaan en in Dubai al evenmin.
Conscience situeert zijn verhaal in het verleden, in 1302. Mijn toe-eigening verplaatst het naar de toekomst, 2102. Hoe zal die Oostendse Oosteroever er tegen die tijd uitzien? Aan de hand van wat daar nu gebeurt kunnen ons daar wel iets bij voorstellen.
Ten oosten van het dok zal het gebied volgebouwd zijn: nachtclubs, chique appartementen, hotels, bars en casino’s. Die bouwwerken mogen vandaag futuristisch ogen, in 2102 zal ’t een indrukwekkend, maar lelijk zootje geworden zijn. Jo Clauwaert heeft dat goed aangevoeld in zijn hierboven afgedrukte tekening. Tegen de kaai liggen geen vissersschepen meer, maar jachten. De gebouwen verdringen elkaar, ze ogen futuristisch, maar ook chaotisch, wat te zien is aan de wankele O die Clauwaert in het woordje Oos(teroever) aangebracht heeft. Alleen de oude watertoren op de achtergrond herinnert ons nog aan het gebied zoals we het gekend hebben.
Ten westen van het dok zien de dingen er compleet vervallen uit. Op de tweede tekening is goed te zien dat alles er schots & scheef bij staat. Daar liggen nog enkele gammele vissersvaartuigen. Maar omdat er in 2102 nauwelijks nog vis in zee zit, worden die niet langer door vissers uitgebaat, maar door mensensmokkelaars. Ze voeren geen vis aan, maar klimaatvluchtelingen. Die komen terecht in het oude vismijngebouw dat nu terecht het uitzuiggebouw genoemd wordt. Men concentreert er legale en illegale uitgezogenen; de eersten hebben papieren, de illegalen hebben er geen. Voor de rest hebben ze allemaal dezelfde taak, ze moeten de uitzuigmarkt van vers bloed voorzien. Wie nauwkeurig naar het tweede beeld kijkt, ziet boven het uitzuiggebouw ook enkele Vlaamse leeuwen wapperen, want in 2102 is Vlaanderen uiteraard een onafhankelijke staat geworden. En geloof me, een verbetering is dat niet.
Kortelings op dit scherm!
Flor Vandekerckhove
(Vervolgt)

Een reactie posten