zondag 28 februari 2016

De faits divers van Félix Fénéon

— Félix Fénéon (1861-1944), terwijl hij aan de redactie van een tijdschrift werkt. —
In de krant verzamelt de rubriek faits divers nieuwsberichten die buiten de gebruikelijke classificatie vallen. Ze worden er bijeengebracht zonder dat er een verband bestaat: Overvolle roltrap verandert plots van richting - Aangespoelde haai vecht voor zijn leven - Man vindt schaar opnieuw uit… In Vlaanderen overheerst de mening dat het onbelangrijk nieuws betreft. In ‘t Frans is die connotatie er niet. Dat verschil heeft trouwens al aanleiding gegeven tot een woordenstrijd, waarover je hier iets kunt lezen.
Elke redacteur weet dat de rubriek veel stielkennis vereist. Wie? Wat? Waar? Wanneer? Je moet het wel op een kleine oppervlakte gezegd krijgen, want veel faits divers worden als korte berichtjes (‘kortjes’) gepresenteerd, maximaal tien regels, vijf zinnen, veelal zonder titel.
Omdat ik in mijn verhalen extreme beknoptheid nastreef kan ik van de specialisten veel leren. Dat geldt zeker voor Félix Fénéon die gedurende zeven maanden in Le Matin een rubriek met kortjes vult. De rubriek heet En trois lignes en bestaat uit berichten die de redactie te elfder ure bereiken.
Vanaf mei 1906 krijgen de lezers die kortjes in een welbepaalde stijl te lezen: ‘Mevrouw Fournier, M. Voisin, M. Septeuil hebben zich opgehangen: zenuwziekte, kanker, werkloosheid.’ Fénéon doet meer dan de berichtjes compact neerschrijven, hij zoekt een ritme en een toon die er bijna haiku’s van maken: ‘Brand, boulevard Voltaire. Een korporaal werd gewond. Twee luitenanten kregen op hun hoofd, de ene een balk, de andere een pompier.’
Heeft Fénéon zijn stukjes achteraf verzameld? Zijn maîtresse deed het in elk geval wel en ’t schijnt dat zijn echtgenote het ook gedaan heeft. Het is dank zij zo’n verzameling dat wij zijn faits divers kunnen lezen. Ze worden in 1948 voor ’t eerst in een boek gepubliceerd en sindsdien verschijnen er regelmatig nieuwe edities. In 2007 wordt er een Engelstalige vertaling gepresenteerd, Novels in Three Lines, die hier door Julian Barnes jubelend besproken wordt. Er bestaat ook een Nederlandstalige editie. De bewerker legt uit hoe moeilijk het genre is: De ruimte is beperkt tot drie kolomregels van elk 44-46 aanslagen, gemiddeld 135 per bericht. Dat is al krap, maar er gaat nog af. In mindering op de tekst komen ook het ‘balkje’ (vier aanslagen, inclusief witjes) en de accreditatie (persbureau, eigen garing, correspondent) aan het einde: gemiddeld vijf aanslagen. Blijven over voor de tekst: gemiddeld 126 aanslagen, inclusief spaties. Bij berichten uit Parijs moet het arrondissement worden genoemd (2de, Xde), liefst met het adres; bij berichten uit de provincie het departement. De algemeen bekenden, in de buurt, mogen worden afgekort, maar hoe verder van de hoofdstad, hoe liever voluit. Een redacteur van de Nouvelles en Trois Lignes heeft dus gemiddeld 25 woorden om de W’s van een nieuwsbericht -- Waar, Wat/Wie, Wanneer, Waarom/Waardoor -- te beantwoorden. In de praktijk nóg minder, want het is niet ideaal als regel drie wordt volgeschreven. Dan oogt de luchtig bedoelde rubriek te zwart en te zwaar. Dus hier en daar wat wit, graag.’
En wie denkt dat Twitter iets nieuws is, zal na de hieronder staande pareltjes uit 1906 wel anders denken.
* Terwijl zij in Boulogne een scheepslading drank aan land brachten, hoorden de smokkelaars roepen: ‘Halt, politie!’ Zij ontzwommen de dans.
* Belgische kikkers, die door een wervelstorm uit hun vijvers waren gezogen, regenden neer op Duinkerken, daar waar geen meisje nog in prinsen gelooft.
* Luttele schreden van het ruiterfestijn in Toulouse, is de 31-jarige oud-onderofficier G. Durbach door zelfmoord aan de werkloosheid ontkomen.
* Christian, boswachter in de Vogezen, poogde op de steile helling van de Volonte zijn afgewaaide kepie te grijpen, viel uit de wagen, en zo voort, te pletter.
* In een aflaatvrije tent te Versailles bereikte de ex-priester
 Rouslot bij het elfde glas absint een delirante plek die tot zijn
transsubstantiatie leidde.
* De lijkschouwing van een jochie, dood aangetroffen
in een greppel bij Niort, wees uit dat Magere Hein zich 
niet als enige aan hem had vergrepen.
* ‘Poef,’ deed het gas bij de Larrieus te Bordeaux. Hij
 gewond. Het kapsel van zijn schoonmoeder afgebrand. 
Het plafond weggeblazen.
* M. Abel Bonnard, uit Villeneuve Saint-Georges,
verspeelde tijdens een pot biljart zijn linkeroog door 
op zijn keu te vallen.
* De Duinkerker Scheid schiet driemaal op zijn 
vrouw. Driemaal mis. Nu neemt hij zijn schoonmoeder
 op de korrel. Meteen raak.
Ik heb het al veel gezegd, anderen hebben dat nog meer gedaan en 't zal ook na mij nog veel gezegd worden: In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Jawohl, maar dit stuk is toch weeral te lang geworden.
Flor Vandekerckhove

Félix Fénéon, Het nieuws in drie regels. 160 p. Uitgeverij Vrijdag, 2009. Oorspr. Nouvelles en trois lignes (1906). Bewerkt door Ruud Ronteltap
Een reactie plaatsen