maandag 8 februari 2016

Ongelooflijk maar Bardi

Ik kijk om me heen en zie dat haast heel mijn interieur uit voorwerpen bestaat die ik gevonden, gekregen of tweedehands gekocht heb. Hier staat nauwelijks een meubelstuk dat door mij nieuw aangekocht is. Ik heb een televisietoestel, maar ik heb het niet gekocht. Een tv kopen? Doe ik nooit. Altijd ga ik verder met een toestel dat een ander wegdoet.
Iedereen had al kleurentelevisie, maar ik keek nog zwart/wit. Iedereen zat op de kabel, maar ik deed het nog met een antenne. Die had ik evenmin gekocht. Ik had die gekregen, hij zat nog in de verpakking, nooit gebruikt.
Ik had hem op het dak gezet, maar om het beeld stabiel te krijgen moest er telkens ook iets anders gebeuren. Het raam moest open. En terwijl de kinderen voor ’t scherm zaten, kroop ik op het dak dat gelukkig plat was. Daar draaide ik de antenne in ’t rond en luisterde naar wat de kinderen me door ’t open raam toeriepen: niets, niets, niets, ja beter, beter, slechter, beter, nog beter, ja, goed. Houden zo, weer slechter, goed. Houden zo! Op dat punt bond ik de antenne aan de schouw vast, jawel, met een stuk koord dat ik op straat gevonden had. Ik kwam van dat dak af en vervoegde mijn kroost die al naar het intussen gestarte programma Ongelooflijk maar Bardi aan ’t kijken was.
Ja, het had wel iets, een avondje tv met zo’n antenne, vooral als ’t stormde en het koordje brak. Bardi kwam en ging weer weg, kwam en ging weer weg, kwam en ging, kwam en… Het deed niets af van dat programma, integendeel, het voegde er iets aan toe. Het maakte er een avontuur van en het leverde de inspiratie waaruit dit verhaal zojuist gemaakt werd.
Ik zie dat Ongelooflijk maar Bardi van 1989 dateert. Mijn kinderen en ik spreken er nog altijd over. Bijna had ik hier aan toegevoegd dat ’t geluk niet in een plasmascherm zit. Maar die zin is echt te melig. Ik moet iets anders vinden om dit stuk af te sluiten, bijvoorbeeld dit: die zin is echt te melig.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten