woensdag 30 maart 2016

Die ochtend in het bankfiliaal

Ik had een fout gemaakt. In de Colruyt, waar ik altijd met de kaart betaal, had ik de kassier gevraagd om honderd euro cash van mijn bankrekening te halen, zodat ik een beetje contant geld op zak zou hebben. Toen hij me vroeg of dat één enkel biljet mocht zijn, had ik daar onnadenkend in toegestemd. En nu zat ik met dat briefje van honderd aan mijn been.
Contant geld gebruik ik alleen nog bij aankopen die zo weinig kosten dat het belachelijk is om ze met de kaart te betalen. In zo’n gevallen is een briefje van honderd uiteraard een handicap. Een snoepje met zo’n biljet betalen? Winkeliers steigeren & weigeren, zeggende dat ze onvoldoende wisselgeld in kas hebben.
Toen ik gisteren voorbij het bankfiliaal fietste dat mijn rekeningen beheert, besloot ik dat biljet aldaar te wisselen. Ik ging binnen in het voorgeborchte der bank en vroeg de immer vriendelijke loketbediende of ik dat biljet kon inruilen voor enig kleingeld.
Haar antwoord verbijsterde me. ‘Ik kan dat echt niet doen’, zei ze en omdat ze de verbijstering van mijn gezicht kon aflezen, voegde ze er meteen aan toe dat zij niet langer over cash geld beschikte.
Ik was sprakeloos. Mijn gedachten verplaatsten zich naar de tijd waarin je het papiergeld in zo’n bank kon horen ritselen. Voor mijn geestesoog zag ik vingervlugge loketbedienden met dikke stapels in de weer. Ik zag winkeliers die hun kleingeld kwamen afhalen en andere die hun grootgeld kwamen deponeren. Ik herinnerde me de Bank van Brussel, de Raffeisenkas, de ASLK en de Bank van Roeselare, etablissementen waaruit de geur van echt geld je tegemoet kwam.
Het was allemaal verleden tijd. Ik werd in een nieuwe wereld gesmeten, een wereld waarin de bakker je glimlachend zegt dat hij niet langer over brood beschikt en de slager je welgemutst meedeelt dat je het vlees maar uit de muur moet halen. Dit had niemand zien aankomen, ook Bobbejaan Schoepen niet, die nochtans over zo'n dingen placht na te denken, dit was erger dan een café zonder bier.
Ik kon wel, zei de loketbediende met oprecht medelijden, dat briefje in de automaat steken. Dat geld zou dan meteen op mijn rekening terechtkomen. Vervolgens kon ik aan hetzelfde toestel honderd euro vragen en dat zou me in twee briefjes van vijftig toegeschoven worden. Mocht ik daar niet in slagen dan kon ze iemand uit de diepste krochten van het achter haar liggende bankwezen oproepen, die het me dan zou komen leren.
Dat laatste bleek gelukkig niet nodig te zijn.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten