zondag 20 maart 2016

Wanderlust

— De Laatste Vuurtorenwachter verlaat zijn
toren en wandelt in Heuvelland over de Catsberg.— 
Reislustig ben ik geenszins, maar ik beschik wel over een flinke dosis wanderlust. 't Is een woord dat helaas niet in de Woordenlijst der Nederlandse Taal staat. Wanderlust is Engels, wellicht ook Duits, en de Nederlandse vertaling luidt reislust, wat me niet bevredigt. Reiskoorts bevredigt me nog minder, want koorts is uiteraard nog erger dan lust. Ook zwerflust dekt mijn eigen wanderlust niet, want voor mij staat wanderlust voor het genoegen van het dwalend wandelen, iets wat doellozer is dan reizen, maar doelgerichter dan zwerven. Omdat wanderlust zoveel mooier is dan dwalendwandelgenoegen (wat uiteraard evenmin in de Woordenlijst staat) heb ik besloten het te adopteren.
Maar waarom is dwalend wandelen zo lustig? De Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit heeft daar een antwoord op: ‘Ik vermoed,’ zegt ze, ‘dat de geest, net zoals de voeten, aan drie mijl per uur werkt.’ Wil je bedachtzaam door ’t leven gaan dan doe je dat best al wandelend: 'Al wandelend bereik je een delicate balans tussen werken en nietsdoen, tussen zijn en doen. Het is lichamelijke arbeid die niets anders produceert dan gedachten, ervaringen en uitkomsten.’ En verder: ‘Idealiter is wandelen een toestand waarin geest, lichaam en wereld op één lijn liggen, alsof het drie personages zijn die een gesprek met elkaar aanknopen, drie noten die opeens een akkoord vormen. Wandelen laat ons toe om zowel in ons lichaam als in de wereld te zijn zonder ons daar druk over te moeten maken.’
Tot voor kort had ik nooit van die Rebecca Solnit gehoord, maar ik ben blij dat daar verandering in gekomen is, want anders had ik dit nooit gelezen: ‘Het ritme van het wandelen genereert een ritme van denken, en de passage door een landschap echoot of stimuleert het passeren langs een reeks gedachten. Hierdoor ontstaat een vreemde samenklank tussen de interne en de externe passage, een die suggereert dat de geest ook een soort landschap is en dat wandelen een manier is om dat geestelijke landschap te doorkruisen (…)’
Of wat hierboven staat helemaal waar is, weet ik niet, maar ‘k vind het wel een mooie gedachte. Wat ik wel zeker weet is dat zo’n wanderlust in de handen van de schrijver Robert Walser mooie zinnen aflevert: ‘Tegen het einde van de tocht regende het zonder ophouden, zo erg dat ik, vergenoegd of misnoegd, vrolijk of verdrietig, tevreden of ontevreden, maar in ieder geval helemaal doorweekt mijn bestemming bereikte.’
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten