dinsdag 8 maart 2016

Onbeantwoorde vragen

De Chèvre Folle was een kunstenaarskroeg. Blijkbaar werd er ook op de stoep geëxposeerd. Op ‘t internet lees ik dat de Chèvre Folle in 1959 geopend en in 1969 gesloten werd. Het gebouw werd in 1998 afgebroken. Op die plaats hangt nu een sculptuur van Pierre Claes, die aan het café herinnert. Over het café schreef ik eerder al een stukje en dat vind je hier.

Misschien is ze van ’t zelfde jaar als de folkzangeres Joan Baez, op wie ze enigszins lijkt, althans in mijn herinnering. Daar bezet Françoise een vooraanstaande plaats in de eregalerij van onvergetelijke cafébazinnen. In de jaren zestig staat ze in Oostende achter de toog van de Chèvre Folle en daarna baat ze de Folk uit, afkorting van Folk, Blues & Jazzhouse
Beide etablissementen omschrijf je ‘t best met de woorden van Armand: ‘Je komt binnen en je stikt er in de rook en alles ruikt er muf.’ Ze zijn gevestigd in panden waarvan de beste tijd in een ver verleden ligt. Ik denk trouwens dat Françoise in 1969 van de Chèvre naar de Folk verkast omdat het eerste huis al te bouwvallig geworden is.
De Franstalige Françoise was een nazaat van de bohème. Ze leidde haar leven los van maatschappelijke conventies en werd omringd door verwante zielen, vooral van mannelijke kunne. Dat die mannen zielsverwanten waren, kon je zo zien. Ze hadden lang, ongewassen, ongekamd haar, dat op onbestemde plekken overging in wilde baarden en ze waren, net als de melkmuil die ik was, met kunst bezig, toch in die zin dat we elkaar regelmatig ontmoetten op vernissages, alwaar de drank gratis was.
Februari 1961. Burgemeester Jan Piers (rechts), geflankeerd
door kunstschilder Maurice Boel in de Chèvre Folle.
Er was een uitzondering. Zo nu en werd Françoise vergezeld van een heerschap dat je helemaal niet aan de langharige Armand liet denken, maar aan De kleine man van Louis Davids: ‘Zo’n burgerman met een confectiepakkie an.’ Hij paste dan ook niet in ons gezelschap en hij paste zeker niet bij Françoise, maar hij trok wel meteen met haar naar boven. Lang bleef hij daar nooit, maar toch lang genoeg om de vraag op te roepen wat daar gaande was.
Of misschien dacht ik alleen maar dat die twee niet bij elkaar pasten, want opeens verdween Françoise uit haar kroeg en uit mijn leven. Ze had de Folk overgelaten. Het gerucht deed de ronde dat ze een secretaresse geworden was en voor een hoge pief van de NATO werkte. Ja, ook daar stelde ik mezelf veel vragen over.
Dat burgermannetje? Secretaresse? De NATO? Het waren vragen die voorbestemd waren om onbeantwoord te blijven, ook omdat er niemand restte om ze aan te stellen, want de entourage van Françoise was, net als zijzelf, als sneeuw voor de zon verdwenen.
Aan die vragen moest ik onlangs weer denken. Mijn vriendin en ik waren naar La Bohème van Puccini geweest. Daar zag je dat ook gebeuren, dat heel dat milieu uiteindelijk de roep van de volwassenheid beantwoordde en naar de vier windstreken uitwaaierde. Maar Mimi, de heldin in Puccini's opera, was wel — noblesse oblige! — eerst aan tering moeten sterven. 
Secretaresse bij de NATO, tssssssss!
Flor Vandekerckhove


Still uit de film A Ostende (1963), reportage van de Zwitserse tv. Het beeld toont ons de Chèvre Folle. We zien o.a. de Oostendse kunstenaar Maurice Boel.

Een reactie posten