zaterdag 26 maart 2016

Esta mineta


‘Het schiet me ineens te binnen dat ik onlangs met een landbouwer over de weg liep.’ Zo begint De moordenares, een verhaal van Robert Walser. En zo begint ook dit verhaal dat een eerbetoon wil zijn aan de grote wandelaar en schrijver die Walser was.
In een quad, waarvan hij zei dat hij al vijfentwintig jaar oud was, kwam de man naast me rijden. Ik zei hem dat het een mooi voertuig was en hij zei me dat hij het goed verzorgde. Waar we vandaan waren, wilde hij weten, en wat we kwamen doen. 
Zelf woonde hij daar al heel zijn leven en hij kende elk hoekje van de streek waaruit hij nooit was weggeweest. Een week eerder had hij een helikopter over het gebied zien vliegen en in de straat waar wij nu aan ’t wandelen waren stond toen een auto waarin twee mannen zaten. Waar ze vandaan kwamen, wilde hij van me weten, en wat ze daar kwamen doen. Zo stelde hij wel meer vragen waarop ik geen antwoord had.
Hij bleef naast me rijden en al keuvelend naderden we een kruispunt waarop een alleenstaand, verlaten en desolaat huis stond. 'Ken je dit gebouw?' vroeg ik de man.
'Wel zeker', antwoordde hij, 'dat is een estaminet geweest, maar nu niet meer.' Estaminet! Ik herinnerde me dat woord uit lang verleden dagen. De grootoom van mijn vader placht het te gebruiken als hij ’t over een café had.
'Weet je wat estaminet zeggen wil?' vroeg de quadman. Ik had al veel van zijn vragen onbeantwoord gelaten en dat deed ik ook met deze. 'Estaminet komt van esta mineta', zei hij, 'dat betekent: hier zijn vrouwen. Een estaminet is van oorsprong een bordeel.'
Zijn uitleg verwonderde me. Hij verwonderde me omwille van de inhoud, maar hij verwonderde me vooral omdat hij geuit werd door deze quadman waarin ik van meet af aan een zeer simpele ziel bevroed had. 
Ik stopte voor het estaminet en vroeg hem hoe het kwam dat hij zo ‘n taalding wist. 'Ik weet er nog meer', zei hij, 'ook minetten komt van esta mineta.' En meteen voegde hij eraan toe: 'Ken je dat, minetten?' Het leek me beter om ook die vraag niet te beantwoorden.
Op dat kruispunt moest de man naar rechts en dus gingen wij naar links. Terwijl hij zijn quad op gang trok, was het mijn beurt om hem een vraag te stellen: 'Wie ben jij eigenlijk?'
 'Ik ben de landbouwer uit het begin van je verhaal', riep hij al rijdend, 'ik ben de landman waarmee je onlangs over de weg liep.'
Ik keek hem na tot hij achter de heuvel verdwenen was. 'Wat heeft hij allemaal verteld?' vroeg mijn vriendin, die ook omwille van de foto's op enige afstand gebleven was.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen