MIJN OUDERS had ik diets gemaakt dat ’t
college op retraite trok en in plaats daarvan ging ik, duim in de lucht, aan de
autosnelweg staan. In minder dan geen tijd kwam ik in Parijs aan,
want in mei 68 reden daar verschrikkelijk veel auto’s naartoe.
Ik
trok naar de Sorbonne, om daar veel te veel Gauloises te roken en daarna naar
het Théatre de l’Odéon om er een tukje in het pluche te doen. Ik schreeuwde luid dat het nog maar een begin was. Maar diep in mij was er altijd die stem… Dat komt doordat ik niet naar Parijs getrokken was om de wereld te veranderen. Ik
ging ernaartoe omdat ik in de krant gelezen had dat daar betogingen plaatsgrepen
waaraan vijfhonderdduizend mensen deelnamen, soms zelfs een miljoen. Ik dacht: een miljoen mensen! Het kan haast niet anders dan
dat zij daarbij is. Ik dacht: heel Parijs loopt nu op straat en zij dus ook. Ik
dacht: van zodra ik haar in zo’n betoging zie opstappen, schuif ik mee aan in de
rij. Ik dacht: vervolgens manoeuvreer ik me nader tot haar. Ik dacht: wanneer
ik dan, onder de Arc de Triomphe, vlak naast haar loop, neem ik haar hand. Ik dacht: wanneer ik daarna weer thuiskom, kan ik in ’t college zeggen dat
ik samen met Françoise Hardy in Parijs gelopen heb, les yeux dans les yeux et la main dans la main.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten